Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE MARXISTISCHE ARBEIDSOPVATTING.

Hier is de gelegenheid gunstig om nader in te gaan op wat Marx verstaat onder „abstract menschelijken arbeid", of „een loutere gelei van onderscheidsloozen menschelijken arbeid", later weer omschreven als „besteding van menschelijke arbeidskracht zonder te letten op den vorm van hare besteding". Reeds dadelijk, in het eerste hoofdstuk over „de waar", introduceert Marx dit begrip: wij lezen daar, dat, „de arbeid, die het waardegehalte vormt, is gelijke menschelijke arbeid, besteding van dezelfde menschelijke arbeidskracht", en in het geheele eerste boek, gewijd aan „Het productieproces van het Kapitaal", is dit begrip schering en inslag: wat is nu dit „waardevormend gehalte" van den arbeid, gereduceerd tot eenvoudigen menschelijken arbeid, algemeen menschelijken arbeid?

Marx onderscheidt „de tweeslachtige natuur van den in de waar opgesloten arbeid", nl. arbeid voor zoover hn' in de waarde is uitgedrukt, en arbeid als vader van de gebruikshchamen: bij acht deze onderscheiding van zooveel belang, dat hij er niet meer of minder in ziet, dan het punt van waar men moet uitgaan om de staathuishoudkunde te begrijpen. Trachten wij de beteekenis van deze onderscheiding duidelijk te maken.

Overeenkomstig zijn sociaal materialistische levensleer is voor Marx de mensch niets meer dan een maatschappelijk product, allerminst een met een eigen wezen toegeruste persoonlijkheid: de kapitalist als verpersoonlijkt, met wil en bewustzijn begiftigd kapitaal, de arbeider als vermaterialiseerde arbeidskracht, zijn een terugslag op het geheel der maatschappelijke verhoudingen, en allerminst mogen zij, als individuen, beoordeeld worden, naar wat zij zich van zichzelf bewust meenen te zijn.

In eiken arbeider — om ons nu tot dezen bijzonderen vorm van het algemeen verschijnsel „mensch" te bepalen — zit er dus als het ware een moment van gelijk- en gelijkwaardigheid, hetwelk echter weer verschillend is naar gelang van de maatschappij, die men op het oog heeft: op deze wijze wordt de individuahteit van den arbeider gereduceerd tot, opgelost in een deel van het alge-

105

Sluiten