Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wijsbegeerte van zijn tegenvoeter gesteld is, zoo is het ook hier met die van Marx: „es ist wohl zu unterscbeiden, ob wir nur denkende „sind", oder ob wir uns als denkende auch „wissen". Das Erstere sind wir unter allen Umstanden; das Letztere findet auf vollkommene Weise nur dan statt, wenn wir uns zum reinen Denken erboben baben", zegt Hegel. Iemand met wien dit laatste het geval is, kan een ander weinig helpen: „het eenige wat hij doen kan, — aldus de Sopper —, is het ware zeggen en nog eens weer zeggen, het voordoen en nog eens weer voordoen, in de hoop, dat het begrip het te eeniger tijd in hem nadoe". *)

De betoogtrant van Marx is een levende illustratie van deze woorden van den Groningschen hoogleeraar: in allerlei variaties, in allerlei toonaard, op allerlei wijzen, in telkens zich herhalende herhalingen met voortdurend andere omschrijvingen en qualificaties, komt Marx terug op dien abstract algemeenen arbeid, maar bewijzen doet bij niets, omdat hij, de waarheidswaarde, de gelding van zijn systeem als fundamenteel probleem vooropstellende, bier niet uit kan komen boven constateeren, boven verzekeren: zijn uitgangspunt, eenmaal aanvaard, accentueert bij, en de juistheid daarvan tracht hij te suggereeren, bij te brengen, door telkens, in een anderen vorm, een beroep te doen op wat voor hem i s, maar alleen voor den overtuigde heeft deze betoogtrant eenige waarde.

Het moge nu intusschen volkomen waar zijn, dat iemand de erkenning van eenige waarde, die 'hij niet zelf beleefd heeft, te willen „andemonstrieren", altijd een hopeloos pogen is, het is nog geheel iets anders om, wat Marx doet, de erkenning van alle waarden kortweg te ontkennen, met een eenvoudig beroep op „de werkelijkheid" en „de waarheid", dat als zoodanig echter zinledig is. 2)

De consequenties, die uit dit algemeen standpunt voortvloeien, aanvaardt. Marx intusschen zonder eenige reserve: „die Arbeit, die so gemessen ist durch die Zeit, erscheint in der Tat nicht als

auch awiisohen Idee, Begriff, Urteil, Sehlusz, Vorstellung rasw. unterscheiden: insoweit alles idas geistige Auszerungen sind, besitzen sie auch ein gleiehes, gameiiisames, unifoTanes Wesen." (Samtliche Schriften, I, blz. 34).

Deze zonderlinge redeneering wordt verklaarbaar, wanneer men bedenkt, dat voor Dietzgen het geheele geestelijke laven slechts de openbaring van een stoffelijk (proces is.

*) Hegel en onze tijd, blz. 37.

2) Vgl. de noot op blz. 93.

109

Sluiten