Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hierboven op blz. 107 heb ik geschreven, dat de begripsconstructies voor Hegel volstrekt niet onafscheidelijk zijn verbonden aan zijn aanschouwing van de geestelijke werkelijkheid, in volkomen tegenstelling met Marx, voor wien zijn abstracties de ware werkelijkheid zijn: dit komt heel duidelijk uit bij een polemiek van Marx met Smith naar aanleiding van de beteekenis van den doorsneearbeid. „Smith vermoedt dat de arbeid, voorzooverre hij in de waarde der waren is neergelegd, slechts als verbruik van arbeidskracht geldt, maar hij vat dit verbruik evenwel alleen op als offers van rust, vrijheid en geluk, niet ook als normale levensverrichtingen;" door ook elders weer zijn arbeidsabstraotie te omschrijven als „verbruik van enkelvoudige arbeidskracht, die gemiddeld ieder gewoon mensch, zonder bijzondere ontwikkeling, in zijn lichamelijk organisme bezit", stuurt Marx, gelijk op zoovele andere plaatsen, aan op de voorstelling, dat zijn abstractie inderdaad bestaat, of beter gezegd, zmnehjk waarneembaar, feitelijk aanwezig is.

Op een andere plaats erkent Marx echter, dat aan zijn arbeidsbegrip de beteekenis van een afgetrokken algemeene gedachte, van een denkmogelijkheid in formeelen zin gehecht kan worden:

„Die Gleichgültigkeit gegen eine bestimmte Art der Arbeit setzt eine sehr entwickelte Totalitat wirklicher Arbeitsarten voraus. von denen keine mehr die alles beherrschende ist. So entstehen die allgemeinsten Abstraktionen überhaupt nur bei der reichsten konkreten Entwicklung, wo eines vielen gemeinsam erscheint, allen gemein. Dann hört es auf, nur in besonderer Form gedacht werden zu können.2)

Bij onderlinge vergelijking van deze omschrijvingen is het alsof Marx zich geen zuiver beeld heeft gevormd van de beteekenis zijner abstractie, zich hiervan als het ware een dubbelzhinige voorstelhng heeft gevormd: aan den eenen kant is voor hem de „qualitatslose Arbeit" de grootste gemeene deeler van alle ervaringen omtrent den arbeid, juist zooals voor Dietzgen het begrip gang samengesteld is uit het gemeenschappelijke van de verschillende gangen, de beweging op maat, of het begrip licht uit het

werden." (Karl Marx' Qekomamische Lehren, Vorwort sur ersten Auflaue blz. X.) ^ '

Vergelijk hierbij blz. 91.

*) Het 'Kapitaal, J, De Waar.

Vgl. «van Suchtelen, De waarde als psychisch verschijnsel, blz. 101 v.v. •) Vgl. Eioleitung au einer Kritik der pc4itiseh/en Ókoncmie, blz. XL.

118

Sluiten