Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gemeenschappelijke van de verschillende hchtverscbijnselen; in dezen zin kan Marx verklaren, dat zijne abstractie „e x i s t i e r t, in dem gesellschaMichen Produktionsprozesz taglich vollzogen wir d " Aan den anderen kant daarentegen hecht Marx aan zijn „Tauschwertsetzende Arbeit" weder de beteekenis van een afgetrokken denkbeeld, dat het menschelijk bewustzijn zich vormt naar aanleiding van de vele verschijnselen, die onder een begrip zijn samen te vatten: dit zou trouwens meer in overeenstemming zijn met „het vermogen van den mensch om te abstraheeren", waarop bij een uitdrukkelijk beroep doet in de voorrede tot de eerste uitgave van „Het Kapitaal", en hetwelk dus veronderstelt een capaciteit van den geest om in een ideëele voorstelling tot uitdrukking te brengen het algemeene, dat aan een bepaalde rubriek verschijnselen eigen is, maar aan welke voorstelling, aan welk abstract begrip geen enkel concreet verschijnsel in alle opzichten behoeft te beantwoorden.

Juist dit verschil in opvatting maakt het dubbel moeilijk in den aanvang een zuiver inzicht in de beteekenis van de marxistische qualiteitslooze arbeids-idee en haar verschijningsvorm, de ruilwaarde te krijgen: ik geloof haar intusschen het zuiverste te omschrijven — vooral in verband met de kennistheorie van Dietzgen, volgens wien „die Analyse des Begriffs besteht in der Erkenntnis des gemeinschafthchen oder Allgemeinen der besonderen Teile seines Gegenstandes" —,*) als het doelbewuste stofwisselingsproces van den mensch als levend organisme, zich openbarend als productief verbruik van hersenen, zenuwen, spieren, ledematen, enz., en als zoodanig in zijn meest elementairen vorm, en in den vorm van gelijkheid, aan allen arbeid eigen.

Voor den wijsgeerigen opzet van Marx' betoog pleit het intusschen allerminst, dat over een zoo principieele kwestie als dit „Springpunkt der politischen Oekonomie", een dergelijk diepgaand verschil van opvatting mogelijk blijkt: doordat zijne reductie op qualiteitsloozen arbeid eigenlijk geen abstractie is, maar slechts een herleiding tot dat, wat aan allen menschelijken arbeid als materieel proces eigen is, en als zoodanig dus een realiteit, welke realiteit dan weer achteraf als een abstractie in den vorm van de waarde-idee, — en omgekeerd —, wordt opgevat en behandeld, is het zoo moeilijk hier den rooden draad in Marx' betoog te zoeken.2)

*) Samtlidhe Schriften, I, blz. 18.

*) Dit is m.i. mede de reden, waarom het betoog over den Waardevorm van duisterheid kan beschuldigd worden, en waarop Marx zelf de aandacht vestigt:

119

Sluiten