Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een goed gemiddeld een aantal arbeidsuren = b besteed, dan wordt de waarde van dat goed voorgesteld door de formule aX b.

Waarnaar wordt nu allereerst de boegrootheid van het waardevormende gehalte van den factor a bepaald, naar het maatschappelijk geringste, het maatschappelijk gemiddelde of het maatschappelijk uitnemendste van bekwaamheid en mtensiteit? *) Vooraf ga de opmerking, dat deze vraag gesteld kan worden ten aanzien van de verschillende soorten van arbeid', die gepraesteerd worden: doordat Marx de komplizierte Arbeit beschouwt als zusammengesetzte einfache Arbeit, en alzoo 1 dag hoogeren arbeid herleidt tot x dagen enkelvoudigen arbeid, zal de beantwoording van die vraag voor verschillende soorten arbeid slechts een quantitatief verschil vertoonen; hebben wij de vraag dus opgelost voor den eenvoudigsten soort van arbeid, waar ook nog altijd een zij het gering verschil in capaciteit en doorzettingsvermogen kan worden geconstateerd, dan is ten aanzien van den meest ingewikkelden arbeid het antwoord evenzeer gegeven.

Marx zelf constateert, ook al weer in den onmiddelijken aanvang van Het Kapitaal, dat de maatstaf van beoordeeling gezocht moet worden in het maatschappelijk gemiddelde van bekwaamheid en intensiteit, en in het verdere verloop van zijn betoog komt hij telkens, zij het met andere omschrijvingen en in een ander verband, op dit zelfde denkbeeld terug; zoo schetst hij bijv. het normale karakter der arbeidskracht zelve met de volgende woorden:

„In het vak, waarin de arbeidskracht wordt aangewend, moet zij voldoen aan de gemiddeld heerschende mate van bekwaamheid, handigheid en spoed. Maar onze kapitalist kocht op de arbeidsmarkt arbeidskracht van gemiddelde deugdzaamheid. Deze kracht moet in de gemiddeld gewone maat van inspanning, in den maatschappelijk gebruikelijken graad van intensiteit worden besteed." 2)

Het „normale karakter der arbeidskracht zelve" is aldus de maatstaf, waarnaar haar waardevormend gehalte moet worden beoordeeld: het komt mij nu voor, dat met deze duidelijke om-

») „Het voortbrengend vermogen van den arbeid is door velerlei omstandigheden bepaald, o.a. door de gemiddelde bekwaamheid der arbeiders, de ontwikkelinigshoogte der wetenschap en hare technische bruikbaarheid, de maatschappelijke combinatie van het productieproces, den omvang en het vermogen der productiemiddelen en door de natuurlijke gesteldheden."

s) Het Kapitaal, I, De voortbrenging van meerwaarde.

122

Sluiten