Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De eenige wetenschappelijke behandeling der sociale wetenschappen kan dan ook slechts de causale zijn: men heeft hier niet te vragen naar het waarom? van het zoo behooren, slechts naar het hoe? van het feitelijk gebeuren. Evenmin als het voor den mensch is weggelegd een antwoord te vinden op het waarom? van de wet der zwaartekracht, maar hij zich tevreden moet stellen met het verklaren en beschrijven van de werking dezer wet, evenmin kan hij volgens de marxistische historisch materialistische maatschappijleer de beweegredenen van menschelijk handelen „rechtvaardigen", ze Waardeeren op een norm van wat behoort te geschieden, maar moet hij ook hier zich neerleggen bü de taak van waarnemen en beschrijven van hetgeen gebeurt.

De maatschappijleer van Marx is amoreel, zij is zuiver beschouwend en bespiegelend: 's menschen geest neemt kennis van de wijze, waarop in verschillende omstandigheden menschen tegenover menschen zich gedragen, en legt de regelmatigheden, die hij in dit gedrag opmerkt, vast in wetten: „de geest is hier — aldus Hamaker — gelijk altijd lijdend. De feitelijke werkelijkheid vertoont een regelmatigheid, die door hem wordt opgeteekend". 's Menschen taak is dan ook niet scheppend en leidinggevend, maar „de mensch deelt met alle andere voorwerpen der stoffelijke natuur het lot van geleid te worden. Hij is een deel der stof, op eigenaardige wijze gegroepeerd en van machtige uitwerking wel is waar, maar zijn werkzaamheid is in aard van die van alle andere stof niet te onderscheiden. Gelijk iedere steen, iedere plant, ieder dier, zóó draagt ook de mensch bij tot den bouw van het heelal. In hare eeuwige beweging heeft de materie ook den vorm van menschen aangenomen en voor den gang der dingen op deze aarde is dit zeker een hoogst belangrijke gebeurtenis geweest... Slechts daarin onderscheidt hij zich van andere voorwerpen der levende en der levenlooze natuur, dat hij kennis draagt van een deel van het gebeurende".

Wel kan deze mensch, door de ervaring geleid, veel leeren en zijn handelingen onder controle van het verleden stellen, — gelijk ook elk volk van een ander moet en kan leeren, — maar de materialistische levensphilosophie ontneemt onzen geest de rol van medewerkende macht in den gang der stoffelijke dingen en maakt hem tot toeschouwer van hetgeen er gebeurt. „De mensch

fundament van Marx' gedachtengang: van alle waardebeoordeeling ziet zijn levensleer principieel af. In een noot op blz. 80 vestigde ik op dit punt reeds de aandacht.

127

Sluiten