Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wordt hier gedacht als een uiterst fijn bewerktuigd organisme, geplaatst midden in de beweging der stof. Het neemt die beweging over en geeft ze verder, en staat daarin gelijk met alle vormen, die de stof aanneemt. Het is echter bovendien als een spiegel, die een beeld van de beweging der stof opvangt en op zijne wijze terugkaatst." *)

Marx zelf schetst den aard van 's menschen werkzaamheid met de volgende bekende vergelijking, voorkomende in de voorrede tot de eerste uitgave van Het Kapitaal: „Ook wanneer een maatschappij de natuurwet van haar beweging heeft ontdekt — en het is het einddoel van dit werk de economische bewegingswet van de moderne maatschappij te ontdekken —, kan zij natuurlijke ontwikkelingsphasen evenmin overspringen als wegdecreteeren. Maar zij kan de geboorteweeën bekorten en verzachten. 2)

*) Hamaker, Het Recht en de Maatschappij, Algemeene Rechtsgeleerdheid, Mz. 120, vjv.

Het onjuiste van Hamaiker's materialistische beschouwingen blijkt uit de volgende passage:

„Recht en moraal zijn natuurwetten. Zij hebben denzelfiden oorsprong niet alleen, zij hebben ook dezelfde waarde en hetzelfde nut. Zij hebben dezelfde waarde, want, gelijk de natuurwetten ondergeschikt zijn aan de concrete verschijnselen, zoo zijn «ij het aan de bijzondere handelingen. Gelijk de natuurwet, bij iedere afwijking die de natuur vertoont, een deel van hare betrouwbaarheid verliest, zoo ook de regel van recht en moraal bij iedere overtreding." (blz. 124).

De fout van het betoog zit in de door mij gespatieerde woorden: wanneer er maar eene afwijking, hoe gering ook, van een natuurwet bestaat, verliest die wet hare beteekenis absoluut.

*) De groote invloed, die ook in ons land van deze denkbeelden is uitgegaan, blijkt wel overtuigend hieruit, dat van Vollenhoven „de wijsheid van Marx, — die ontkiemingsmaand predikt —, te dezen opzichte wel niet als het feilloos laatste woord" noemt, maar toch schrijft, dat „zijn mond het is die heeft waargemaakt, dat elke productieordening haar eigen wetten van productievermeerdering en van distributie heeft, waardoor telkens een nieuwe productieordening wordt voorbereid; hoe thans geen mensch en geen God het misschien nog vaak vertroebeld proces van samentrekking van kapitaal tot kapitaal kan keeren, waaruit eerst beter ordening der voortbrenging, mettertijd collectivistische voortbrenging en verdeeling, moét voortkomen; dat 'Europa weigeren kan naar Amerika, Azië naar Europa, te zien, maar dat alleen klaar inzicht en voorzienigheid het pijnlijke gedetermineerde proces, zelf het kind van tal van evolutieprocessen, kunnen verzachten en verhaasten." Ook Van Vollenhoven noemt deze leer in overeenstemming met haar natuurwetenschap-

128

Sluiten