Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De producenten zijn personen, in de verhoudingen van de warenproductie bevangen, aldus Marx, waar hij het afgodskarakter van de warenwereld schetst, en de betrekkingen der menschen tot elkaar in het maatschappelijk verkeer zijn niets anders dan hun zakelijke verhoudingen als warenbezitters; met hunne arbeidsverhoudingen is het evenzoo: „de producenten aanschouwen de maatschappelijke verhoudingen van hun arbeid als datgene wat zij zijn, namelijk, niet als directe maatschappelijke verhoudingen van personen in hun arbeid zelf, maar veeleer als zakelijke betrekkingen van de personen en als maatschappelijke verhoudingen van de voorwerpen". Gelijk de

pelijk karakter „amoreel: zij .werkt niet op onze hebzucht of onze tranen, zij onderricht"; bedenkt men nu (verder, dat (hij zijn inaugureele rede, waaruit ik deze citaten gelicht heb, betiteld heeft als „Exacte Rechtswetenschap", dan blijkt duidelijk, dat het marxisme, op zijn zachtst gesproken, in zijn algemeene wijsgeerige strekking voor hom een groote bekoring heeft.

Het komt mij voor, dat hiermede echter in strijd is het denkbeeld, ten grondslag liggend aan zijn rectorale oratie „Het onbaatzuchtige in recht en staat", den Ssten Februari 1917 te Leiden uitgesproken: hier toch wordt aan ideëele momenten „in de wereld zooals zij nu eenmaal werd geformeerd", primaire beteekenis toegekend.

„Daarom ook is herkenning van de goudader der onbaatzuchtigheid in het leven van Teebt en staat niet een zaak voor een handvol juristen en theologen en voor een paar ministers, maar een levensvraag, die gelegd moet worden aan het hart der natie", (slotzinsnede).

Slaagt men er in „of niet die vergelijkende rechtsstudie evenzulk een hoofdlijn gedoogt te stippelen voor de rechtsontwikkeling, als die men in het economische trekt" — aldus Van Voilenhoiven wederom op bktz. 25 van izijn inaugureele rede —, dan komt het mij voor, dat het met het zelfstandig bestaan der rechtswetenschap is afgeloopen.

Ten 'slotte geloof ik, dat, wat de Leidsche hoogleeraar als twee vraagstukken beschouwt, een in het economische en één in het juridische, inderdaad, binnen het raam van het marxisme, maar één vraagstuk is: „Es kann — aldus Staimimler in WirthsChaft und Recht — nach der materialistischen Geschiehteauffassung nicht mehr davon die Rede sein, dasz unter anderem das Recht auch von der Wirrthschaft afohangig ist; sondern es sind alle Einzelauszerungen des gesellschaftlichen Daseins der Menschen, und so auch seine rechtliche Portin und die staatliche Ordnung im besonderen im letzten Grunde ausschlieszlich durch Bewegungen der sozialen Wirtschaft bedingt und bestimmt" (ibldz. 34).

Het is niet tweeërlei stoffe — om den Thorbeckiaanschen stijl van Van Vollenhoven te gebruiken —, het is één zelfde stoffe van tweeërlei zijde aangevat; hij «elf noemt trouwens in dit verband recht niet anders dan een vorm van economische macht.

129

9

Sluiten