Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

economische werkelijkheid, d.i. de alomvattende werkelijkheid zelf, voor Marx, — die de materie verabsoluteert tot wereldbeschouwing, — nooit concreet, nooit individueel, nooit „einmalig" is, en dus steeds de qualiteitslooze abstracties der wiskunde of der natuurwetenschap vertoont, zoo handelt de marxistische staathuishoudkunde nooit over concreta, mdividuen, Einmahgkeiten, maar beschouwt zij de verhoudingen tusschen de menschen in het ruilproces als een ruilverhouding van hunne arbeidsproducten als waardemassa's, dus als een ruilverhouding van personen, verborgen onder en bepaald door een verhouding tusschen dingen: de toevallige, persoonlijke betrekkingen tusschen de mdividueeele warenbezitters vallen weg, wat blijft zijn, — „omdat de waren niet zelf ter markt kunnen gaan en zich niet zelf verruilen" —, de wetten van de warennatuur, die zich openbaren in het natuurlijk instinct van de warenbezitters.*)

Het is duidelijk, dat bij een dergelijke beschouwing, waar het eigen maatschappelijk handelen der ruilende personen voor hen den vorm van een beweging van .voorwerpen heeft aangenomen, onder welker toezicht zij staan, in plaats van op hen toe te zien, van een zelfstandig, originair geestelijk leven geen sprake kan zijn: op een dergelijk gebied van eeuwige constante relaties kunnen geen ideëele, persoonlijke krachten als zelfstandige motoren van menschelijk handelen erkend worden, en van een Kantiaan-

1) In deze voorstelling, ontleend o.tm. aan de onderafdeeling „De geldvorni" van het eerste boek van Het Kapitaal, gevoel ik «enerzijds de volkomen overeenstemming, anderzijds de volkomen 'tegenstelling met Hegei's systeem; de overeenstemming openbaart zich hierin, dat beide wijsgeeren een methode willen opstellen, die als de eenig werkelijke en ware erkend worde, en die, ident met zijn inhoud, vast, eens en (vooral klaar en afgesloten is.

De tegenstelling openbaart zich in de wijze, waarop zij dit doel trachten te bereiken; Hegel zoekt het in het ideëele, en daarom worden alle werkelijke onderwerpen verstandelijkt, tot gedachtendingen gemaakt, dn de sfeer der idee verheven: het absolute idealisme.

Marx daarentegen aanvaardt alleen de materie, ziet het ideëele leven slechts als een bijzonderen verschijningsvorm van een stoffelijk proces, en hoewel „alles was die Menschen in Bewegung setzt, durch ihren Kopf hindurch mrasz", vindt het zijn eigenlijke basis toch in de materie, aan de functioneering waarvan ook de .sociale mensch onderworpen is: het absoluut materialisme.

Binnen het raam van beider volstrekt systeem verloopt de veeleenigheid van denken en zijn eenerzijds, zijn en denken anderzijds in eenzelfde schema van het zichzelf bewegend begrip, dan wel de zichzelf bewegende materie.

Vgl. hierboven noot 1 op blz. 99.

130

Sluiten