Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heeft die voorstelling beteekenis, omdat zij het verschijnsel van den meerarbeid verklaart: „Wij, marxisten, zoeken in het waardebegrip slechts den sleutel voor de kapitalistische productiewijze, en als zoodanig, dat zegt Bernstein zelf, voldoet het voortreffelijk' Maar — zoo voegt Kautsky daaraan toe — dat kan het alleen] als het evenals de logisch daaruit afgeleide begrippen een afbeelding is van de w e r k e 1 ij k e, zich historisch uit de warenproductie ontwikkelende, maatschappelijke verhoudingen, en niet slechts een constructie van het denken."1)

In dit toevoegsel is Kautsky m.i. op den eenig goeden weg: de craalificatie van sleutel of „gedachtenbeeld gelijk het bezielde atoom" — aldus Bernstein weer op blz. 48 van zijn boek —, is zóó weinig van toepassing op Marx' waardetheorie, dat het principieele, eenig reèele kenmerk der kapitalistische maatschappij juist i s de waardeidee. Om het met de woorden van Marx zelf te zeggen: de economische werkebjkheid openbaart zich in „de ruilwaarde als de eenig mogelijke verschijningsvorm der waarde", hoewel „die ruilwaarde, als een bepaalde maatschappelijke manier om den aan een zaak besteden arbeid uit te drukken, niet meer natuurstof bevat dan bijvoorbeeld de wisselkoers."

Intusschen: Marx zelf heeft aanleiding gegeven tot dit verschil in opvatting; het hierboven op blz. 117 v.v. omschreven „duistere" punt in zijn waardeleer is inderdaad verwarrend, en bevat de kiem van den strijd, dien men met onvoldoende, d.w.z. niet ver genoeg reikende middelen, tracht uit te vechten. De oplossing kan alleen gegeven worden in het algemeen verband van zijn volstrekt betoog, zooals dit zijn wijsgeerige fundeering vindt in het absolute systeem van Hegel en zijn nadere toelichting in den arbeid van Dietzgen. Uitsluitend in Marx' waardeleer ligt de werkelijke oplossing van elk sociaal verschijnsel opgesloten: aanvaardt men de waardeleer als realiteit, dan aanvaardt men ook, onvoorwaardelijk en volstrekt, het geheel van zijn arbeid; zoo niet, dan miskent men de eigenlijke strekking van zijn systeem.

In volkomen overeenstemming met deze opvatting lezen wij in een brief van Marx aan Kugelmann, verschenen in „die Neue Zeit" van 17 Mei 1902, een merkwaardige passage over het waardeprobleem. „Der Unglückliche", schrijft Marx over een van zijn critici, „sieht nicht, dasz wenn in meinem Buch gar 'kein Kapitel über den Werth stande, die Analyse der realen Verhaltnisse, die

*) Aldus 'geciteerd door Treuib, t.ajp., I, blz. 388.

142

Sluiten