Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn „Die Voraussetzungen des Sozialismus und die Aufgaben der Sozialdemokratie", dat het hoofddoel van zijn arbeid is, „door bestrijding der overblijfselen van utopistische denkwijzen in de socialistische theorie, het realistische zoowel als het idealistische element in de beweging in gelijke mate te versterken;" binnen het kader van de levensleer van Marx en Engels is dit een onmogelijke, zichzelf -vernietigende poging, of liever, een ondeugdelijke poging op een ondeugdelijk object: in het denkschema van Marx noch Engels past een versterking in gelijke mate van materieele en ideëele momenten, om de afdoende reden, dat hier van een gelijkwaardigheid van die momenten geen sprake is, en geen sprake kan zijn. Bernstein beweegt zich in den gedachtengang van een dualistische levensleer, die volstrekt onvereenigbaar is met het zuiver monistisch materialisme van Marx en Engels: voor hen is er geen ware kennis dan die van oorzaken en gevolgen, en in verband hiermee is het eenige kendoel, dat met zin kan worden nagestreefd, de kennis van wetten, en in deze sfeer voelt Bernstein zich niet thuis. Juist daarom kritiseert hij de realiteit van Marx' waardeleer: naar zijn eigen woorden, die volkomen correspondeeren met de uiteenzetting van „Het Kapitaal", dat de waardebepaling van de arbeidskracht bevat een stoffelijk en een zedelijk bestanddeel, sluit „het historisch-materialisme, — d.i. de waardeidee —, een samenvatting van stoffelijke en ideologische krachten in",1) neergeslagen als deze zijn in het arbeidsvoorwerp, maar niet neergeslagen in een verhouding van gelijkheid. Het vraagstuk der wederkeerige werking is door Bernstein niet gezien ba het verband, waarin het thuis behoort: Engels heeft aangetoond, dat „van recht en moraal, van historische en godsdienstige tradities van ieder tijdperk, van de aardrijkskundige en natuurlijke omstandigheden, waartoe ook het wezen van den mensch zelf en zijn geestelijke eigenschappen behoort", een zekere invloed uitgaat op den reëelen grondslag der maatschappij, welke daardoor dus tot op zekere hoogte kan worden gewijzigd, de eenige alomvattende werkelijkheid is echter ten slotte het geheel der productieverhoudingen, de economische structuur der gemeenschap, welke alleen i's. 2)

*) Zie blz. 8 en 9 van de vertaling door Ankersmit.

») Stammler, in Wirtschaft und Recht, schrijft m.i. volkomen juist op blz. ■627, dat bij Bernstein „ist jede gesunde radikaie Fragestellung eu vermissen, die gegenüber einer so bief angelegten Lehre, wie der materialistisehen Ge-

171

Sluiten