Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Alfred Braunthal, die in zijn boek „Karl Marx als Geschichtspbilosoph", ook partij kiest voor wat ik wil noemen de „ruime" interpretatie van Marx, en in verband biermede den „uitbouw" van het historisch materialisme bepleit, schrijft „dasz der geistige Überbau z. B. auch ein Eigenleben führt, dasz er also in gewissem Sinne nicht nur Wirkung bezw. bedingt ist durch die ökonomische Basis, sondern auch selbst U r s a c h e, zumindest Ursache von Veranderungen, die in ihm selbst vorgehen, sein kann" (blz. 165): ik behoef niet meer aan te toonen, dat de materialistische strekking van Marx' betoog een dergelijke interpretatie niet verdraagt. De diepe beteekenis, maar tegelijkertijd de beperkte strekking van den zin uit „Het Kapitaal", waar, naar aanleiding van de psychologische analyse van het arbeidsproces, geschreven staat, dat „indem der Mensch durch seine Bewegung auf die Natur auszer ihm wirkt und sie verandert, er zugleich seine eigne Natur verandert," wordt door Braunthal niet op hare mtrinsieke waarde geschat: de innerlijke materialistische samenhang der verschillende verschijnselen, niet alleen op staathuishoudkundig, maar op elk gebied van het menschehjk leven, wordt door hem over het hoofd gezien. De productieverhoudingen bepalen dan ook niet de economische structuur der gemeenschap, zij z ij n die structuur: Gunow merkt dit m.i. volkomen juist op in het hoofdstuk, door hem betiteld als „Verwechslung der Begriffe „Ursache" und Bedingung"."

Aan het graf van Marx sprak Engels, den 17den Maart 1883, een rede uit, waarin het allesbeheerschende, zuiver materialistische

„Door den drang, die van de economische toestanden uitgaat, worden de menschen in beweging gebracht, en de beweging onder die menschen leidt tot daden. Het ie dit aspect, dat Ivoor onze actie voor ontwapening een gunstige internationale basis levert". (Handelingen, II, blz. 2797).

Van een „Begeisterung für Wahrheit und Recht", die ons den wereldvrede zou brengen, moet Troelstra, gelijk Engels, dus evenmin iets hebben als van „Ehrgeiz, pensönlioher Hasz oder auch rein individuelle Schrullen aller Art."

De hooge beteekenis der ontwapeningsidee, hare m.i. zedelijke waarde, waardoor alléén zij in staat izal zijn ons een betere wereld te brengen, wordt door de verklaring, die Troelstra hier geeft van wat waarde is, eenvoudig „wegverklaard."

Terloops opgemerkt: wanneer men de scheiding wil aangeven tusschen socialisten en uiterst-links-liberalen, zeg vrijzinnig-democraten of democraten tout court, zal de demarcatielijn langs punten moeten getrokken worden, welke uitgezet zijn op het „grensgebied" der wederkeerige werking van idee en materie.

177

13

Sluiten