Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een constructie van het denken gezien, maar wel degelijk de volle realiteit, de „Thatsache der Wirkhchkeit".*)

In dit opzicht stem ik volkomen in met von Böhm-Bawerk, wanneer hij, met een beroep op den tekst zelf van „Het Kapitaal", en dit in overeenstemming met Masaryk, schrijft: „Wenn man in diesem Tone spricht, dasz in den im Austausch einander gleichgesetzten Dingen Arbeit gleicher Menge existiert, und dasz dieselben auf gleiche Arbeitsmengen reduzierbar sein müssen, so erhebt man doch wohl den Anspruch, dasz die hier ausgesagten Beziehungen nicht blosz in Gedanken, sondern in der wirklichen Welt sich vorfinden." 2) Von Böhm-Bawerks beroep op „Wortlaut und Geist der Marxschen Lehre", had echter meer kracht gehad, wanneer hij „Het Kapitaal" geschilderd had, in groote trekken, als een in Hegeliaanschen zin doordachte verabsoluteering der natuurwetenschap tot wereldbeschouwing, ook in haar meest algemeenen zin, los van alle materialistische vooroordeelen.

De persoonlijkheid van den mensch komt in deze beschouwing slechts in aanmerking, in zoover zü fungeert als een werktuig van een onpersoonlijk proces, als een onzelfstandig doorgangspunt der economisch noodzakelijke gebeurtenissen, welke alleen zich openbaren als de eenige realiteit: in een volstrekt materieel, met volstrekte noodzakelijkheid zich ontwikkelend sociaal proces heeft de persoonlijkheid geen eigen oorapronkehjke waarde, verliest zij evenzeer hare beteekenis als in-welk naturalistisch systeem ook met zün grondtoon van natuurwetenschappelijk determinisme. Juist omdat geestelijk leven een nevenverschijnsel is, dat geen bestaan, zelfs geen sdtijnbestaan heeft, is het streven van het revisionisme om „het idealistische element in de socialistische beweging

*) De nawerking van dit burgerlijk standpunt inzake de waardeleer op Bernstein, die aan de arbeidswaardewet ook geen empirische geldigheid toekent, Terklaart, dat Toor den grondvester van het revisionisme zoowel de marxistische als de grenswaardeleer juist zijn: zie Kuyper, t.a.p., I, blz. 203.

Plechanow schrijft dan ook, scherp maar raak, dat „die kritischen Bemühungen Bernsteins nur ein Achselzucken herrorrufen können. Ein Mann, der einet den Marxismus popularisieren wollte, hat sich nicht einmal die Mühe gegeben, diese Lehre zu begreifen." (t.a.p. blz. 63).

2) Zum Abschluss des Marxschen Systems, Festgaben für Karl Knies, blz. 189.

Vgl. hierboven blz. 118, waar er de aandacht op gevestigd is, dat Marx' begripsconstructies de ware werkelijkheid zijn: hij heeft daarin vervat, hij vereenzelvigt daarmede zijn intuïtieve aanschouwingen van de materieele realiteit»

183

Sluiten