Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Marx, in navolging van Hegel, heeft dan ook met quahtatieve verschillen geen rekening gehouden, of liever, alle quahtatieve verschillen herleidt hij tot quantitatieve verschillen, en bij het onderzoek der levensverschijnselen moet men van waardeverschillen afzien: het geheel ook der bewusteu'nsopenbaringen wordt door hem binnen den kring van bet verstandelijke getrokken, en als gevolg daarvan meent hij met het verstand, het intellect, de volle werkelijkheid te kunnen omspannen. Hij moet dat doen, „car 1'intelligence a pour fonction essentielle de her le même au même, et ü n'y a d'entièrement adaptables au cadres de 1'mtelhgence que les faits qui se repetent": *) in zijn wereld van de objecten der natuurwetenschap is voor waarden geen plaats, omdat hij het menschehjk wezen vereenzelvigt met intellect, en dus in het kader van zijn betoog aan „waarheden" voldoende heeft.

Door partij te kiezen voor het geestelijke, en de werkelijkheid

Kapitaal gesproken wordt Tan geestelijke momenten, stelle men zien goed voor, dat hiermee eigenlijk alleen bedoeld worden de voorstellingen en beelden, in de hooiden der menschen opgewekt door verouderde, bestaande en zich ontwikkelende productieverhoudingen. In dezen zin heb ik, in navolging van Marx, gesproken van de beteekenis van het geestelijk lévensproces: op de keper beschouwd, is diteigenlijk het materieele levensproces, zooals diit tot bewustizijn van zichzelf komt dn den mensch, en evenmin als dit stoffelijke productieproces gezuiverd is van overblijfselen van verouderde systemen en niet, hier en daar, reeds den invloed ondervindt van nieuwe, zich baanbrekende maatschappelijke verhoudingen, evenmin is dit geestelijk leven een eenvoudig, maar integendeel een zeer samengesteld gegeven (zie blz. 176).

Het is de meest consequente doorvoering vam de materialistische levensleer; vgl. Fr. Feuerherd in zijn „Die Entstehung der Stile aus der politischen Ökonomie" (geciteerd door Plechanow, t.a.p. blz. 76):

„Je nach der herrschenden Pröduktionsweise und der durch sie foedingten Staatsform wird der Verstand der Menschen nach bestinimten Richtungen ausgabildet und nach anderen hin verschlossen. Daher bedarf jeder Stil (in der Kunst) zu seinem Dasein Menschen, welche unter einer ganz bestinimten Staatsverfassung laben, welche in einer ganz bestimmten Pröduktionsweise produzieren und von ganz bestimmten Idealen ergriffen sind. Sind diese Ursachen gegeben, dann schaffen die Menschen den betref f enden Stil ebenso naturnotwendig und unausbleiblioh als die Wirkung jener Ursachen, wie das Linnen sich bleicht, Bromsilber sich sohwarzt und die Wolkenwand den farbenprachtigen Regenbogen schaf ft, sobald die Sonne als Ursache jene Wirkungen aus ihnen hervorruft". (fok. 19 en 20).

*) Aldus Bergson, L'Évolution créatrice, blz. 218.

186

Sluiten