Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nog niet tot overtuiging gekomen te zijn: zij waardeert de socialistische arbeidersbeweging, „die de Hoop der Menschheid door de barre zee der tijden draagt, een Hoop, nimmer zoo groot en stralend en van-vervulling-zeker als nu", zij gelooft aan een verwachting, die geconcipieerd is door „de geniale intuïtie en de weergaloos veel-omvattende kennis, die Marx bezat," maar met de innerlijke waarde van die conceptie kan zij zich niet thuis voelen. Zij bepleit een ethisch materialisme, en tracht in haar levensleer te vereenigen, wat voor vereeniging niet vatbaar is. In haar „Aan den Dood", opgenomen in den bundel „Verzonken Grenzen", komt deze twijfel prachtig tot openbaring:

Wij weten dat de werelden vergaan,

dat de zonnen en dat de 2»nnestelsels

worden en bloeien en verschrompelen,

dat m den grooten tuin van het heelal

alle dingen ontluiken en verwelken —

maar wij weten niet of de ziel verwelkt.

Wij weten niet of gij aantasten kunt

het innerlijke licht, de vlam spiritueele

die wij voelen in ons, een zeker zijn;

weten niet wat gij de ziel aandoet Dood,

omdat wij de natuur der ziel niet kennen.

Wij voelen in ons een ander beginsel

dan 't materieele, voelen een beginsel

hi ons, los van ruimte en buiten tijd,

maar misschien is ons voelen zelfbedrog

en wat wij noemen ikheid, glans kortstondig,

weerschijn van 't lichaam, die met 't lichaam sterft.1)

Het is merkwaardig — ik vestigde er bi de Inleiding reeds de aandacht op —, dat de uiterste links-socialisten, de communisten, „ter bestrüding van de oude gevaarlijke illusie van het

i) Desniettegenstaande is rij, die zöó doorvoelt de oneindige waarde der mensohelijke bewustheden, toegetreden tot de redactie van „De Communistische Gids": m.i. zeer terecht vraagt de redacteur van de rubriek „Wetenschappelijke /berichten" van de „N.K.C.", «Ld. 18 Januari 1922, Ochtendblad, of Mevr. Holand Holst de zuiver revolutionnair-marxistische en historisoh-materialistische doelstelling onderschrijft, in het inleidingswoord uiteengezet?

In de tweede aflevering van dien Gids dient Van Ravesteyn dezen „dommen" redacteur voor zijn „ondoordachtheden" en zijn „ezelarij" een afstraffing toe in onvervalscht Hegeliaanschen zin.

189

Sluiten