Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

revisionisme, dat het kapitalisme door innerlijke hervorming en vervorming tot een dragelijke samenleving zou kunnen worden", zich beroepen op de dialectische opvattingen van Dietzgen; omgekeerd zoeken echter de revisionisten, als wier aanvoerder bh' ons Troelstra beschouwd kan worden, naar een aanvulling van het historisch materialisme, o.m. ook weer van den kant van Dietzgen's philosophie. Wanneer wij de brochure „De Wereldoorlog en de Sociaaldemocratóe" van den leider der sociaaldemocratische partij vergelijken met den arbeid van Mevrouw Roland Holst, dan klinkt ons daaruit éénzelfde toon van onvoldaanheid tegemoet; de vuurproef, welke beider theoretisch marxisme heeft moeten doorstaan in den wereldoorlog en in het falen der Internationale, is niet meegevallen, en heeft hen geplaatst voor de noodzakelijkheid hunne maatschappijbeschouwing opnieuw te onderzoeken. Beiden streven nu naar een erkenning van het geestelijke, trachten binnen het kader hunner wereldbeschouwing voor waarden plaats te maken, maar tegenover het communistische „vertrouwen in de scheppende intuïtie",x) en het „erkennen van een, in laatste instantie alles beheerschend geheimzinnig eigen leven der ideeën", als algemeen maatschappelijke factoren van vervorming en groei, zoekt Troelstra het meer in de richting van een versterking der individueel-psychologische mo-t ie ven.2) Gelijk zijn zuiver revolutionnair aangelegde partijge-

*) Revolutionnaire massa-aktie, Achtste hoofdstuk, Algemeene Konklusies, blz. 422.

2) In dit opzicht geloof ik, dat het systeem van Mevr. Roland Holst zuiverder marxistisch doordacht is dan Troelstra's opvatting; Het Kapitaal is gefundeerd op het onderste boven gekeerde Hegeliaansche inzicht, dat de enkeling door zijn maatschappelijke verhoudingen in het sociale geheel is ingelijfd, hij dus alleen in aanmerking komt in zooverre hij deel is van het geheel, en' het dus alleen het geheel is, dat men als uitgangspunt voor zijn beschouwingen heeft te nemen: in haar „De philosophie van Dietzgen en hare beteekenis voor het proletariaat", schrijft Mevr. Roland Holst dan ook:

„Zooal een massastaking, voor een groot doel ondernomen, of met een algemeene revolutionnaire beweging samenhangend,. ook talrijke buitenstaanders groote schade en erge onaangenaamheden veroorzaakt, zou toch de zachtmoedigheid, die daarom de staking zou willen doen eindigen, misdadige zwakheid zijn, en is daarentegen wreede onverschilligheid voor het lijden, misschien voor den dood van medemenschen hoogste plicht.

„Het gebod der solidariteit is een der grondzuilen der proletarische moraal" (blz. 74 en 75).

Men denke in dit verband aan Engels* „einzelne lumpige Individuum".

190

Sluiten