Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Alduis kwamen in hvin verzet tegen Kant's tegenstelling tusschen de faenomenale, l>etrekkelijke wereld, de wereld der verschijnselen, en de werkelijkheid op zichzelf, de wereld der Dinge an sich, waarvan zij de kennis niet wilden prijsgeven, Fichte, Schelling en met name Hegel er weer toe, het transcendentale standpunt te verlaten, en vielen in de ouderwetsche metaphysica terug; vooral het Hegelsche denken is de laatste, grootsche poging om langs methodijsch-wetenschappelijken weg tot ontwijfelbaar zeker weten aangaande het Absolute te geraken. Het nimmer uit het oog verloren doel van het zoo abstract uitetende Hegelsche denken is absoluut zekere, logisch ontwijfelbare kennis te verkrijgen van de volstrekte werkelijkheid, van het onafhankelijk en onvoorwaardelijk in zichzelf en voor zichzelf bestaande. Aan de hand van de studie van de Sopper, Hegel en onze tijd, hoop ik nu in de gelegenheid te zijn, niet om een overzicht te geven van Hegei's systeem, maar om zijn philosophie voor te stellen in haar karakter van absolute philosophie, ten einde aldus tot een beter inzicht te komen in draagwijdte en strekking van Marx' gedachtengang, welks doel in het economische niet minder ver reikt dan Hegel's systeem in het wijsgeerige.

Hegel wil een methode volgen, „welche noch, wie ich hoffe, als die einzig wahrhafte, mit dem Inhalt identische anerkannt werden wird"; deze absolute methode bestaat daarin, dat alles wat zich als realiteit openbaart op het gebied der natuurleer, der geschiedenis en van het geheele geestesleven, in begrippen wordt voorgesteld en daarin tevens vastgelegd. „Indem die Bestimmtheiten des Gefühls, der Anschauung, des Begehrens, des Willens, insofern von ihnen gewuszt wird, überhaupt Vorstellungen genannt werden, so kann im allgemeinen gesagt werden, dasz die Philosophie Gedanken, Kategorien, aber naher B egrif f e an die Stelle der Vorstellungen setzt." Alle werkelijke, reeele onderwerpen worden op deze wijze „intellektuiert", verstandelijkt, d.w.z. tot object van een alleen verstóndelijke voorstelling gemaakt, zij worden in de sfeer van de idee of het begrip geheven. *) Hierin ligt het wezen, het kenmerk van het absolute idea-

') Vgl. Dr. Siegfried Marok, Kamt und Hegel:

„Eben dies heiazt aibsoluter Idealismus, und das besagt auch Hegels Grundgedanke: das Absolute ist Geist." (blz. 10).

200

Sluiten