Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lisme, en daarom is in de wijsbegeerte van Hegel, die bi dit absoluut idealisme haar eigenlijke meest zuivere uitdrukking vindt, de idee, het denkproces, het eenige: „die Idee ist wesentlich Prozess"; alles' wordt tot „gedachtedingen" vervormd, en al het uiterlijke is slechts de verschb'ningsvorm van de zich daarin behchamende idee.x) Onder dit begrip of de idee verstaat Hegel dus niet de gewone, ledige abstractie uit de werkelijkheid, zooals het menscmelijk voorstelhngsvermogen zich deze gewoonlijk denkt, om daaronder te begrijpen de vele verschijnselen, ontdaan van het bijzondere,2) maar de volheid der werkelijkheid zelve, de hoogere eenheid, waarin de tegendeelen vereenigd en verzoend opgenomen zijn.

Om nu tot zijn doel te geraken, heeft Hegel een inhoud van het bewustzijn noodig, die meer is dan bewustzü'nsinhoud, die tevens reëel absoluut „zijn" is; bij meent dien gevonden te hebben in het zelfbewuste „ik". Dit „ik" verschilt dus van het „cogito ergo sum" van Descartes, inzoover bij Hegel de eenzelvigheid van subject en object, van bewustzijn en zijn gesteld is, en het „ik" van Descartes slechts bewustzijnsinhoud is onder andere bewustzb'nsinhouden. Als zelfbewust wezen beleeft de mensch reeds in eigene idealiteit realiteit, zoodat het „ik" kan genoemd worden de realiteit der idealiteit en de idealiteit der realiteit: hier is een object gedacht,

„Hegels Philosophie also ist vollinhaltliche Erkenntnis des Absoluten. Als solche ist sie einziges wahres Wissen.

„Mehr noch: das Absolute selbst ist diese Wissenschaft, das Absolute ist Philosophie." (Mb. 11).

1) Marx in „Die heilige Familie" formuleert dit beginsel aldus:

„In Hègels Phanomenologie werden die materiellen, sinmlichen, gegenst&ndlichen Grundlagen der verschiedenen entfremdeten Gestalten des menschlichen Selbstbewusztseins stehen gelassen, und das ganze destruktive Werk batte die konservativste Philosophie zum Resultat, weil es die gegenstandliohe Welt, die sinnliche, wirkliche Welt überwunden izu haben meint, sofoald es sie in „ein Gedankending", in eine blosze Bestimmtheit des Selbstbewusztseins verwandelt hat und den atherisch gewordenen Gegner nun auch im „Aether des reinen Gedankens" auflösen kann".

Vergelijk hierbij Woltmann, die in het hoofdstuk „Hegels absoluter Idealismus", een verkort overzicht geeft van de „Encyklopadie der "philosophischen Wissenschaften im Grundrisse."

2) ik verwijs naar Dietzgen, die juist deze leege abstractie, deze denkmogelijkheid in fonmeelen zin tot de ware realiteit verheft, en haar aldus tot cement zijner wijsbegeerte maakt; vgl. hierboven blz. 56 en 67.

201

Sluiten