Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ten slotte: voor waarden en normen van het zedelijk leven is er in de Hegeliaansche philosophie geen plaats. Hegel bedoelt tegenover het naturalisme en relativisme een systeem van waarden te stellen, maar voor den absoluten philosoof ligt alles in de rede en heeft alles, op zijn plaats, even véél of even weinig waarde. In het bestaan van ieder ding ligt zijn rechtvaardiging: voor het irrationeele en het toevallige, voor het abnormale ook, is er in zijn absolute philosophie geen plaats. Voor haar is alles zooals het behoort te zijn.x) Op het terrein der rechtsordening en der zedelijke wereld, — waar wij dus ook als het ware op exact gebied zijn —, heerscht de idee, ook hier is de werkelijkheid niet van de rede verlaten, ook hier is het werkelijke redelijk:

„Was vernünftig ist, das ist wirklich; und was wirklich iöt, das ist vernünftig."

Elders lezen wij: telkens treedt juist die staatsinrichting op, „welche dem Geiste des Volkes angemessen ist". Dan weer heet het: „die Menschheit bedürfte des Schiesspulvers und alsobald war es da"; of ook: „die wirkliche Welt ist, wie sie sein soll". De normatieve beschouwingswijze van het geestelijk leven valt in het licht van deze opvattingen samen met, of liever is, een keerzijde der feitelijke beschouwingswijze: in een volstrekt redelijk, met volstrekte noodzakelijkheid zich ontwikkelend proces vindt de zedelijkheid geen arbeidsveld. De persoonlijkheid verliest hier évenzeer hare beteekenis als in welk naturalistisch systeem ook; zoowel in het eene als in het andere geval wordt zij een onzelfstandig doorgangspunt of werktuig van een onpersoonlijk proces. Spontaneïteit, daad, wil, is in een dergelijk stelsel irrationeel.

Aldus streeft Hegel naar zijn doel, het construeeren van een systeem, waarin absoluut zekere, zuiver wetenschappelijke kennis van de onafhankelijk, voor zichzelf bestaande werkelijkheid verkregen is: de menschheid is een denkproces, voor wie „das wahrhafte Ideal nicht wirklich sein soll, sondern wirklich i s t." De verheerlijking van het bestaande, ook op zedelijk gebied, past volkomen in een absolute philosophie, waarbinnen ook „das Gewissen

Vergelijk hierbij Woltmann, t.ajp., Drittes Kapitel, Die philosophischen Grundlagen im „Kapital", iblz. 177 v.v.

*) Jerusalem, Einleitu/ng in drie Philosophie: „Hegel bezeich.net als Produkteoder als Formen des ofojektiven Geistes das Recht, die M o r a 1 i t a t und die Sittlichkeit" (blz. 342).

210

Sluiten