Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HEGEL EN MARX.

Zoo als Hegel alles maakt tot denkmogeïykheden, die als denknoodzakelijkheden een werkelijk reëel bestaan leiden, gedachtendingen zijn, zoo is voor Marx omgekeerd alleen de materie bestaande, en is het geestelijk leven niet meer dan een nevenverschijnsel, zonder innerlijke strekking en beteekenis; als zoodanig staan beide levensbeschouwingen vierkant tegenover elkaar: „Materialismus und Spiritualismus sind die inhaltlichen Gegensatze, in welche die monistische Metaphysik ausemander tritt." *)

Beide wereldbeschouwingen komen echter volmaakt overeen zoowel in methode als in inhoud, en als gevolg daarvan in de waardeering van 's menschen persoonlijkheid; zoowel in het eene als in het andere systeem is er voor iets anders dan begrip of materie geen plaats. De wijsbegeerte van Hegel aanvaardt bet karakteristieke, het hidividueele, alleen als een geval van het algemeene, zij hecht geen waarde aan feiten, maar zij gaat voort tot b e t feit, het feit der eeuwigheid, het feit dat de Idee zich eeuwig verkeert: de mensch, met al wat hij voortbrengt, is niets meer dan een onzelfstandig doorgangspunt van krachten, en alle realiteit is overgebracht op wat niet meer is dan het verabsoluteerde schema van het menschehjk bewustzijn, vereenzelvigd als dit is met het intellect. In Marx' philosophie, de op het hoofd gezette, de ondersteboven gekeerde leer van Hegel, is het met de idee der persoonlijkheid niet anders gesteld; binnen het raam van de zichzelf bewegende productie en reproductie des materieelen levens, als binnen een volstrekt stoffelijk, met volstrekte noodzakelijkheid zich ontwikkelend proces, verliest de persoonlijkheid hare waarde als in welk spiritueel of materieel proces ook, is er voor „een eigen subjectiviteit van den mensch, als de eigenlijke haardstede van waaruit alleen hooger ontwikkeling kan voortkomen", geen plaats.")

*) Jerusalem, Einleitung in die Philasophie, blz. 155.

s) Woltmann karakteriseert Marx' leer mi. volkomen juist,.waar bij schrijft: „Die Uimkehrung des Idealismus in den Materialismus ist mit dieser Formulierung — d. h. die Menschen selbst schaffen zwar die sozialen und ideologisohen Formen, aber nur als Diener der ökonomischen Verhaltnisse — im

213

Sluiten