Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In beide systemen wordt het zwaartepunt van ons bestaan, waar van spontaneïteit, daad, wil, geen sprake kan zijn, uit het practische naar het theoretische verlegd, het leven meer een beschouwing dan een taak.

In haar innerlijke beteekenis zijn beide wereldbeschouwingen, hoewel eikaars uitersten, volkomen gelijk en gelijkwaardig: theoretisch afgerond, naar alle zijden en in zichzelf gesloten als „kyklische Lehren", vormen zij, binnen het kader hunner bijzondere dialectiek, een logische, volkomen in elkaar sluitende gedachtencon'structie, die ons een wereldbeeld toonen, een systeem bouwen, waarin het toevallige in het licht der nocnlzakeinkheid verschijnt.

Zoo denken zich Hegel en Marx, van een tegenovergesteld standpunt uitgaande, een wereldbegrip, dat van een, in zijn groote lijnen merkwaardige identiteit is: in Hegeliaanschen trant redeneerende, is het alsof Hegel's wijsbegeerte, in haar geheel genomen, het andere van zichzelf, haar eigen negatie heeft voortgebracht, en in deze negatie tot gevolgtrekkingen komt, waaraan zij zelve te gronde gaat.

Juist in haar karakter van volstrekte tegenstelling tegen Hegel's leer als absolute philosophie, komt aldufe het marxisme in een helderder belichting: ook dit is een volstrekt stelsel, waarbinnen voor een eigen, zelfstandig zich ontwikkelende pei^onlijkheid, welke het menschelijk wezen aanvaardt „als seiner selbst machtig, imd das mit hellem Bewusztjsein über sich selbst verfügt, also nicht der Spielball seiner Affekte und Triebe, aber auch nicht seiner TJmwelt ist", geen ruimte is. Een wereldbeschouwing, die deze idee der persoonlijkheid verwaarloost, kan „als geistreicher Gedankenspiel eine Zeitlang blenden, — practisch wird sie auf die Dauer sich niemals halten, denn sie macht den Menschen klein und unterbindet ihm jene Lebenskrafte, deren Betatigung allein den Menschen mit dauernder Befriedigung erfüllt. Ingefolgedessen machen monistische Systeme den Menschen auf die Dauer innerhch uhzufrieden." x)

Prineip schon voliendet, An die Stelle der Selbstentwicklung der Ideen iat als notwendige Grundlage der geistigen Geschichte die Selbstbewegung der ökonomischen Interessen und Produktrvkrftfte getreten" (blz. 176).

Hoe hij nu, waar hij het absolute karakter van Marx' leer zoo scherp blijkt te doorzien, toch gelooft aan een ethisch standpunt van „Het Kapitaal" (blz. 20fl) is imij onverklaarbaar.

*) Alfred Heuszner, Die philosophischen Weltanschauungen und ihre Hauptvertreter, 3e druk, blz. 239.

214

Sluiten