Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

systeem zelfs rechtstreeks aan diens philosophie des Rechts" zijn georiënteerd: ten aanzien van elk dezer principieele aangelegenheden wil ik nu nog in een nadere beschouwing treden

In de voorrede tot de tweede uitgave van „Het Kapitaal"' drijft Marx üchtelijk den spot met de hem ruim toebedeelde kritiek op de in zijn hoofdwerk gebezigde methode: „deze is weinig begrepen, zooals reeds de verschillende, elkaar tegensprekende opvattingen bewijzen."

„Zoo verwijt mij de Parijsche Revue Positiviste, eensdeels dat ik de economie metaphysisch opvat, anderdeels — men rade' — dat ik mij beperk tot bloot kritische ontleding van het bestaande m plaats van voorschriften (op de wijze van Comte?) voor de gaarkeuken van de toekomst te geven. Tegen het verwijt van metaphysica merkt Prof. Sieber op: „zoo ver het de eigenlijke theorie betreft, is de methode van Marx de deductieve methode van de geheele Engelsche school, welker gebreken en deugden de beste theoretische economisten gemeen hebben." De heer M Block ontdekt, dat mijn methode analytisch is en zegt o.a • Par eet ouvrage M. Marx se clasSe parmi les esprits analytiques'les plus eminents . De Duitsche beoordeelaars roepen naturlijk over Hegeliaansche sophistiek. De Petersburgsche Europeesche Bode in een artikel, dat uitsluitend de methode van „Het Kapitaal"'behandelt vindt mijn wijze van onderzoek streng realistilsch, de voorstellingswijze echter ongelukkig Duitsch-dialectisch "

Deze beoordeelaars hebben m.i. over het hoofd gezien dat Marx methode, als lijnrecht tegenovergesteld aan de Hegeliaansche, even als deze in het geheel eigenlijk geen methode is: waar hunne methode is het zich ontwikkelende absoluut ware zelf is Marx gelijk Hegel bepaald methodisch boven alle bepaalde methode uit. Om deze reden heeft elk van de door Marx geciteerde beoordeelaars gelijk, mits men ter juiste waardeering van hunne kritiek bedenke dat zijn methode niet „een" methode is: zij is urteendenkend (analytisch) en ineendenkend (synthetisch) herleidend (inductief) en afleidend (deductief) in een en '

Met name komt dit duidelijk uit in de constructie van de waardeidee, den eeonomischen celvorm van de burgerlijke maatschappij, ais m haar eigenlijke strekking tevens niets meer en niets minder dan de omschrijving van het geheele sociale leven in ai zijn uitingen: langs den weg der inductie bewijst hij, d.w.z. constateert hij natuurwetenschappelijk, dat..,, ja, dat waarde is overgehevelde arbeidskracht, en analytisch toont hij nu evenzeer aan

216

Sluiten