Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat, als men Van de gebruikswaarde der warenlichamen afziet, hun nog slechts één eigenschap overblijft, die van arbeidsproduct te zijn; tegelü'kertijd wordt nu synthetisch vastgelegd, dat als arbeidsproducten alle warenhchamen niets anders zijn dan besteding van menschelijke arbeidskracht zonder te letten op den vorm van hare besteding, en tevens deduceert hij daaruit, dat, als kristallen van deze hunne gemeenschappelijke maatschappelijke substantie, de arbeidsproducten dus hoeveelheden waarde zijn, zoodat als waardemassa's alle waren slechts bepaalde hoeveelheden gestolde arbeidstijd zijn.

Hiermede is dan eigenlijk de groote ommegang volbracht en het geheele sociale leven begrepen bi de warenidee: het is de in Hegeliaanschen zin doordachte zelfontwikkeling van de materie uit het meest leege „maatschappelijk zijn" tot de volheid van de waar, die zichzelf heeft leeren kennen als, die zich openbaart in de ruilwaarde. Marx zelf erkent, dat deze economische wijsheid in haar centrale wetenschappelijkheid cyclisch is, wat blijkt uit de instemming, waarmede hij nadere passages aanhaalt van zijn Russischen criticus: ,,bij den eersten aanblik — aldus de Petersburgsche Europeelsche Bode — als men naar den uiterlijken vorm van de voorstelling oordeelt, is Marx de grootste idealistische wijsgeer, en wel in den Duitschen, d.i. slechten zin van het woord. Inderdaad is hij evenwel oneindig meer realist dan al zijn

voorgangers in zake economische kritiek Men kan hem op

geenerlei wijze een idealist noemen."1)

In nauw verband hiermede staat de zoo veelbesproken< tegenstelling tusschen het eerste en het derde boek van „Het Kapitaa 1", een gevolg van de door Marx aan Hegel ontleende methode, en waarvan hij zich ook zeer wel bewust was: de analyse van de waarde- en meerwaardeidee, zooals deze ontwikkeld is in het eerste boek van Marx' levenisarbeld, construeert haar m.i. als materieele realiteit, welke men echter te onderscheiden heeft van hare eenig mogelijke uitdrukking of ver-

i) Men doorzie hier vooral het principieele element van de redeneering: is eenmaal de economische celvorm geconstrueerd, dan kan men Marx' betoog verder als afleidend qualificeeren. In de constructie van dien celvorm echter gaat Marx, op Hegel's voorbeeld, uit van het onbepaalde, onmiddellijke, en kan dus eigenlijk, daar hij van niets uitgaat, niet gezegd worden te deduceeren: hij kiest in het geheel geen methode om tot dien celvorm te komen (zie blz. 209).

217

Sluiten