Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

glied der Gesellschaft notwendige reguliert, — und damit zum Verluste des Gefühls des Rechts, der Rechtlichkeit und der Ehre, durch eigene Thatigkeit und Arbeit zu bestehen, — bringt die Erzeugung des Pöbels hervor, die hinwiederum zugleich die grössere Leichtigkeit, unverhaltnismassige Reichtümer in wenige Hande zu koncentrieren, mit sich führt.''*)

Bedenkt men nu, dat in de waardeidee de ontwikkeling der burgerlijke maatschappij culmineert, zoodat de kapitaalsconcentratie en de verelendung der massa niets anders is dan de logische consequentie dier ontwikkeling, dan heeft Marx voor het economische de gedachten uitgewerkt, die Hegel in zijn Rechtsphilosophie geformuleerd heeft ten aanzien van het algemeen verschijnsel der burgerlijke maatschappü-ontwikkehng. 2)

Ook ten aanzien van bijzondere leerstukken kunnen wij in Marx' gedachtengang elementen van Hegel's wijsbegeerte ontdekken: ik verwijs bier met name naar de afleiding van de quantiteit uit de qualiteit en den omslag van de qualiteit in de quantiteit, zooals dit leerstuk in de constructie van Marx' arbeidsopvatting een belangrijke rol vervult. De geheele theorie van de „qualitatslose Arbeit", zooals deze culmineert in den zin, dat „die komphzierte Arbeit löst sich auf in zusammengesetzte einfache Arbeit, einfache Arbeit auf höherer Potenz, so dasz zum Beispiel ein komplizierter Arbeitstag gleich drei einfachen Arbeitstagen", is niets anders dan een toepassing der Hegebaansche idee, dat de qualiteit is een bijzondere vorm van het zijn. „Die Quantittat ist das reine Sein, an dem die Bestimmtheit nicht mehr eins mit dem Sein selbst, sondern als aufgehoben oder gleichgültig gesetzt ist." Waar het kwantum een begrensde quantiteit is, en de eenheid van quantiteit en qualiteit de maat is, „ist das Masz das qualitative Quantum, zunachst als unmittelbares, ein Quantum, an welches ein Dasein oder eine QuaJitat gebunden ist." Zoo doet een bepaalde maat der quantiteit een nieuwe qualiteit ontstaan, waaruit wederom op hare beurt

*) §244.

") In dit verband merkt Sven Heiander mj. volkomen juist op, dat § 245 van Hegel's Keohtspbilosopbie als het ware een zinsnede van het communistisch manifest zou kunnen zijn:

„Bei dem Übermasz des Reichtums ist die •bürgerliche Gesellschaft nicht reich genug, d. h. besitzt nicht genug an dem ihr eigentümliohen Vermogen, dem Ubermasze der Armut und der Erzeugung des Pöbels zu steuern." (blz. 8).

220

Sluiten