Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Rücksohritt bedeutet, sondern dasz er im Gegenteil durch ein solches Bündnis an innerem Wahrheitswert nur gewinnen kann."1)

Hoe construeeren nu de Kantiaansche marxisten hun „Zurück auf Kant", en hoe bepleiten zij deze richting in het socialisme, die ik, met het oog op hare bijzondere wijsgeerige fundeering, het Neo-marxisme, het Kantiaansche socialisme wil noemen?

Vóór alles komt het mij voor, dat dit vraagstuk van uiterst principieelen aard is, juist in verband met het bijzondere karakter van de marxistische staathuishoudkunde, als een zeer bijzondere openbaringsvorm der in Hegeliaanschen zin doordachte materialistische wijsbegeerte: het gaat hier toch in laatste instantie om niet meer of minder dan om de quaestie van een verwantschap tusschen Hegel en Kant, een verwantschap waarop Hegelaars soms bijzonder gesteld schijnen te zijn, maar waaromtrent door anderen beweerd wordt, dat, mocht er inderdaad een lijn loopen van Kant naar Hegel, deze haar uitgangspunt neemt in een gedeelte der Kantiaansche philosophie, dat door hare eigene beginselen van meet af onmogelijk was gemaakt. 2)

Ook daarom is dit vraagstuk te moeilijker, omdat, waar Marx zelf zich over zijne verhouding tegenover Kant niet met evenzoovele woorden uitgelaten heeft, zijn alter ego Engels, en ook Dietzgen, op wien Marx zich met name beroept in de voorrede tot de tweede uitgave van „Het Kapitaal", van een dergelijke verhouding niets willen weten. Zoo schrijft Engels o.m., dat „niemand den ohnmachtigen Kant'schen „kategorischen Imperativ" — ohnmachtig, weü er das Unmögliche fordert, also nie zu etwas Wirklichem kommt — scharfer kritisirt, niemand die durch Schiller vermittelte Philisterschwèirmerei für unrealisirbare Ideale grausamer verspottet hat (siehe z. B. die Phanomenologie) als gerade der vollendete Idealist Hegel",8) terwijl volgens Dietzgen „das reaktionare Getute „auf Kant zurück", das von allen Seiten in die Gegenwart hineingeblasen wird, aus der monströsen Tendenz hervorgeht, die Wissenschaft umzukehren, und der menschlichen

») Aldus Woltmamn, t.a.p., blz. 269.

2) „De na-Kantische speculatieve stelsels kan men — aldus de Sopper — met minstens evenveel recht een terugval achter hem noemen, als een ontwikkeling uit hem. Kant en Hegel zijn met elkaar verbonden door een rutschbaan."

Vergl. (hierboven op blz. 204 (het citaat van F. A. Dange.

*) Ludwig Feuerbach, blz. 23.

225

Sluiten