Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Erkenntnis eine „allgemeinere Erkenntnisweisè" zu überordnen."1) Hoe men nu met deze uitspraken voor oogen, een verwantschap tusschen Marx en Kant via Hegel wil construeeren, is in elk geval een uiterst moeilijke aangelegenheid, en de wijze, waarop bijv. de Kantiaan Woltmann, en met hem de socialistisch voelende leiders der Neo-Kantiaansche Marburgerschool, als Herman Gohen en Paul Natorp, dit verband meenen te moeten leggen, is m.i. een bewijs hiervoor, dat men zoekt naar iets, wat inderdaad niet bestaat. Voorloopig merk ik alleen op, dat deze wijsgeerige school, ten einde het marxisme te ontdoen van zijn amoreel karakter, op het voorbeeld van Bernstein, in de leer van Marx iets wil lezen, dat met het wezen en de eigenlijke strekking van die leer onvereenigbaar is,2) en in verband hiermee de oplossing zoekt in een richting, die de aandacht afleidt van de nauwe verwantschap, die tusschen Marx en Hegel bestaat.

Om het algemeen wijsgeerig verband te constateeren dat bestaat tusschen de fundamenteele vraagstukken, die ons hier bezighouden, zij eenerzijds vooropgesteld, dat de na-Kantische speculatieve stelsels zich vooral richten tegen Kant's leer van het „Ding an sich", het symbool der onafleidbaarheid van het gegevene, waardoor op zün allerhoogst alleen voor formeele apriorische kennis plaats werd gelaten, en waarom voor alles die irrationeele, onverklaarbare rest uit het systeem verwijderd moest worden; met dit bezwaar houdt nauw verband de kritiek tegen Kant's kategorieën, waarin men geen systeem, hoogstens een inventaris als het ware kon ontdekken. Anderzijds constateeren wij, dat zij, die Kant den embryonalen Hegel noemen, van meening zün, dat de leer van Kant, bü een zekere opvatting als kenleer opgezet, inleiding zou kunnen zün tot een nieuwe metaphysica, waarin het denken, Hegels idee, de grondslag der werkelijkheid zou zün, en waarheen enkele

1) Aangehaald door Ketner, in zijn studie „Josef Dietzgen, een socialistisch wijsgeer", blz. 35.

*) In dit verband merk ik reeds hier op, dat Bernstein in zijn „Voraussetznngen" zijn Schluszkapitel onder het motto: „Kant wider Cant" heeft geschreven; dit hoofdstuk voldoet echter allerminst aan de verwachtingen, door het motto opgewekt, aangezien eigenlijk alleen op de voorlaatste bladzijde eenige algemeene opmerkingen gemaakt worden over de wijsbegeerte van Kant en Hegel.

Vergelijk Karl Vorlander, „Kant und Marx, Ein Beitrag zur Philosophie des Sozialismus", blz. 179 v.v., die ten aanzien van Bernstein schrijft, dat, „was ihm fehlt, ist die bewuszte Erfassung derjenigen Methode, mit weleher der kritische Philosoph seine Ethik erkenntniskritisch begründet hat".

226

Sluiten