Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van Kant's uitiatingen zelf den weg wezen: het is nu een punt van de meest principieele beteekenis, welke positie het Neo-marxisme ten aanzien van dit vraagstuk der zuivere „vakwijsbegeerte" inneemt.

Het spreekt vanzelf, dat er in deze studie niet aan gedacht kan worden ook maar eenigszins op de probleemstelling nader in te gaan, of wel de oplossing ervan in hare verre consequentie te overzien: het is bovendien gelukkig niet noodig, gegeven de bijzondere richting, waarin de een meer, de ander minder scherp de oplossing van de moeilijkheden zoekt, al zal het niet mogelijk zijn het vraagstuk geheel en al te omzeilen.

Reeds dadelijk kunnen wij bij Bernstein vastleggen dat hij, om met de woorden van Vorlander te spreken, „die richtige Empfindung hat, dasz dem Marxismus die bewuszte und methodische Berücksichtigung des ethischen Moments fehlt": Bernstein schrijf t dan ook aanvankelijk, dat „das „Zurück auf Kant" biszueinemgewissen Grade auch für die Theorie des Sozialismus zu gelten habe." x) Ook in zijn Voraussetzungen heet het „dasz der Sozialdemokratie ein Kant not tut, der einmal mit der überkommenen Lehrmeinung mit voller Scharfe kritisch-sichtend ins Gericht geht, der aufzeigt, wo ihr scheinbarer Materialismus die höchste und darum am leichtesten irreführende Ideologie ist, dasz die Verachtung des I d e a 1 s, die Erhebung der materiellen Faktoren zu den omnipotenten Machten der Entwicklung Selbsttauschung ist, die von denen, die sie verkünden, durch die Tat bei jêüer Gelegenheit selbst als solche aufgedeckt ward und wird": de poging, die hier gedaan wordt om het materialisme van Marx en Engels te verzoenen met het kritisch idealisme van Kant buiten Hegel om, geeft min of meer onbewust de richting aan, waarin later zeer bewust de oplossing zal worden gezocht, zooals deze zich openbaart in het loswikkelen van het verband tusschen Marx en Hegel.

Met een beroep op het ideëele element, hetwelk hij meent in Marx' leer te kunnen constateeren, — en hetwelk daarin ook aanwezig is, zij het niet in de verhouding en in de beteekenis, waarin hij het aanvaardt —, fundeert Bernstein de verwantschap tusschen Kant en Marx, hierbij geheel over het hoofd ziende, dat het karakter van hot kritisch idealisme van den Koningsberger wijsgeer als zelfkennis, zelfkritiek van het theoretisch, ethisch en aesthetisch

') Zie zijn artikel: „Das realistische und ideologische Moment im Sozialismus."

227

Sluiten