Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tot waarden, op haar een beroep doet in zake een waardeering der verschijnselen, een waardebeoordeeling. Hij vraagt van zijn aan de biologie georiënteerde levensbeschouwing meer, dan die biologie bij machte is te geven: „voor den bioloog staat echter de schimmel niet lager dan de roos, de mensch niet hooger dan de zebra Weliswaar wordt door het gebruik van sommige termen als ontwikkeling of degeneratie, of „lagere diersoorten" wel eens de schun van het tegendeel gewekt, maar althans, wanneer hij op eigen terrein blult, weet elke bioloog toch wel, dat hier slechts een verouderd en misleidend spraakgebruik wordt gevolgd." Wanneer men met Wo tmann een bestaan aanvaardt van zelfstandige geestelijke krachten, is ten bewijze daarvan een beroep op de jongste ontwikkeling der biologie irrelevant: de nieuwe levensfilosofieën en wereldbeschouwingen, die zich met name aan deze laatste openbaring der natuurwetenschap hebben georiënteerd, hebben slechts de keuze om af te zien van haar eigenlijk oogmerk, nl. waardeering der verschijnselen, öf ontrouw te worden aan het algemeen beginsel van de zuiver verklarende wetenschap, die zij tot leidsvrouw hebben gekozen. *)

i) Vgl b.v. Woltmann in zijn System des moralischen Bewusstseins, mit besonderer Darlegung des Verhaltnisses der kritischen PhUosophde zu Darwinismus und Socialismus:

Indem die organisch biologische Entwicklung eine Differeozierung und Steigerun* der Krafte und bis hinauf zum Menschen eine Herausentwioklung des Geistes aus der Natur erzeugt, gekt das Ideal des biologisehen Typus aus der objektiven Natur in das subjektive Bewusstsein des Menschen über so dasz man bier eigentlich nur von einem sittlichen Lebensideal reden darf. Das Naturgesetz des instinktiven Trieblebens wird in der aufsteigenden Entwicklung psychisoher Fahigkeiten in einem logischen Bewusstsem gleichsam reflektiit und in das moralische Gesetz der Pflicht erhoht (geciteerd door Mankes-Zemike blz. 95)."

Zeer duidelijk blijkt hieruit, dat het meest essentieel kenmerk van een biologisch betoog, waarmee zijn karakter als natuurwetenschappelijk betoog staat of valt, door Woltmann's leer niet is bewaard.

De verre strekking van deze opmerking gevoelt Woltmann zelf, waar hu schrijft, dat tegen zijn onderzoekingen geen scherper kritiek kan worden gericht „dan wanneer iemand in de dierlijke voorgeschiedenis der zedelijkheid slechts anthropomorphische inbeelding zou zien. Voor hem zou min onderzoek naar de verhouding tusschen de kritische en de genetische methode vergeeisch zijn geweest", wat dan ook m.i., gegeven het karakter der aan de biologie georiënteerde levensleer als zuiver verklarende natuurwetenschap, de eenige juiste gevolgtrekking kan zijn.

231

Sluiten