Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tracht aan te toonen — heeft voor Marx in het geheel geen zelfstandige beteekenis en kan alleen aanvaard worden als een soort „wezenloos aanhangsel" van materieele productieprocessen: zóó en zóó alleen kan de waar worden opgevat als een bepaalde hoeveelheid neergeslagen, gematerialiseerde, onderscheidslooze massa van menschelijken arbeid, waarbij eenvoudigweg de tijd fungeert als meter van de hoegrootheid dier waardemassa's.

Eene voorstelling van „opgeslurpte levens en arbeid", welke in den vorm van meerwaarde ten goede komt aan den eigenaar van de productiemiddelen, „onverschilbg of deze eigenaar is Atheensch theokraat, Romeinsch burger, Noorsch baron, Amerikaansch slavenhouder, Walachysch bojaar, hedendaagsch grondbezitter of kapitalist", is alleen maar te aanvaarden binnen het kader eener levensleer, die „het ideëele als niets anders beschouwt dan het in het menschehjk brein omgezette en overgeplaatste materieele"; bovendien is de voorstelhng van de warenidee even absoluut als het absolute idealisme van Hegel, op welks tegendeel zij geënt is, en welks gesloten, alomvattende beteekenis Woltmann zóó duidelijk blijkt in te zien, dat hij Hegel's Widerspruch in zijn beteekenis van voortstuwend beginsel van het zuivere denken, onvoomaardelijk en in dezelfde functie in Marx' leer ontdekt als „die Selbstbewegung der ökonomischen Interessen und Produktivkrafte." 1) Het is mij dan ook onverklaarbaar, dat hij later constateert: „Die Marxisten vergessen ganz und gar, dasz das geistige Leben der Menschen progressiv immer mehr Selbst zweck zu werden strebt und von den ökonomischen Klasseninteressen sich loszulösen sucht:" 2) dit is inderdaad de zuiver Kantiaansche voorstelling van den mensch, „welcher existiert als Zweck an sichselbst, als Selbstzweck", maar welke voorstelling in volstrekten zin onvereenigbaar is met elk absoluut systeem, hetzij dit van Hegel of van Marx is, en waarbinnen de mensch alleen als onzelfstandig doorgangspunt of werktuig van een onpersoonlijk proces in aanmerking komt.

Woltmann verzet zich tegen de opvatting van het marxisme, dat de mensch alleen een natuurmacht is in de wereld van kracht en stof, hij kan het niet aanvaarden, dat het geheele bewuste geestelijk leven niets anders is dan in laatste instantie een nevenverschijnsel van economische verhoudingen, en het wegcijferen van de waarde der persoonlijkheid en van de „groote mannen" ») Vgl. blz. 176. s) Zie blz. 378.

233

Sluiten