Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is hem een gruwel; integendeel schrijft hij, dat „vom Standpunkt des Ideals die grosze Persönlichheit der Fels ist, an den das geistig freie Leben sich kettet, und ohne deren Dasein und Wert die Geschichte im wahrhaft menschlichen Sinne grund- und uferlos sein würde".*)

Het is duidelijk, dat Woltmann de leer van Marx wil ontdoen van haar amoreel karakter, hetwelk haar als in Hegeliaanschen stijl doordachte, materiabstische wijsbegeerte bijzonder kenmerkt; er is daartoe maar één weg, dien hij, en met hem andere NeoKantianen, die de socialistische maatschappijleer op Kant's kritisch idealisme willen grondvesten, kunnen inslaan, en deze weg is: men moet het marxisme losmaken van het Hegelianisme. Welbewust schrijft hij dan ook, dat „eine tiefere Einsicht in das Wesen und die Geschichte des Marxismus mir überdies die Über.zeugung aufgedrungen hat, dasz Marx und Kant in Fragen der wissenschaftlichen Methode einander viel naher stenen als Marx und Hegel, und dasz eine Annaherung der beiden Gedankensysteme viel leichter und folgerichtiger sich vollzieht, als man auf den ersten Eindruck anzunehmen pflegt."2)

Ik meen inderdaad op grond van het bovenstaande te kunnen constateeren, dat Woltmann's streven, een verwantschap te leggen tusschen Kant en Marx in deze negatieve richting, dat hij Marx van Hegel losmaakt, niet geslaagd is en niet slagen kan: vergroeid als „Het Kapitaal" is met het Hegelianisme, zoowel in opzet als

1) Zie blz. 414.

In bet wezen der zaak concentreert zicb Woltimann's kritiek tegen de leer -van Marx in een kritiek op de leer van bet materialisme, individueel en sociaal, dat alleen dn de werking der stof de volle, alomvattende "werkelijkheid meent gegrepen te hebben: „der Grundmangel des ökonomischen Materialismus ist seine sozialnpsychologische Unzulanglichkeit", aldus Woltmann, m.i. volkomen terecht op blz. 378, maar juist daarom is hij geen volgeling van Marx.

2) Blz. 297.

Vgl. Benedetto Croce, Historical Materalism, die m.i. volkomen juist schrijft: „To deny Marx's Hegelian inspiratdon would be to contradict the evidence" (blz. 82).

Het is als het ware alsof Woltmann zijn lezers wil suggereeren van de juistheid van zijn opvatting: zoo schrijft hij o.a. weer op blz. 187 dat „wenn Marx es auch nicht besonders hervorhebt, so bewegt sich zweifellos seine ganze Analyse des wissenschaftlichen Denkprozesses im Geiste des Kantischen Kritizismus".

234

Sluiten