Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

leggen, dan niet van zijn meest typeerende kenmerk, tegenvoeter te zijn, naar Marx' eigen verklaring, der Hegeliaansche wijsbegeerte.

In dit verband treft het mij bijzonder, dat de verloochening van Hegel inderdaad de leuze schijnt te worden van hen, bij wie als bij Woltmann, een bewustwording van de idealistische motieven in de sociaal-democratische beweging geconstateerd kan worden, en die nu gaan zoeken naar een verband, dat tusschen Marx en Kant bestaat of gelegd kan worden; onder de socialistisch voelende Kantianen zijn er verscheidene, zelfs onder de leiders der Neo-Kantiaansche Marburgerschool mannen als Hermann Gohen en Paul Natorp, die in het socialisme Kant's moreele grondgedachte meenen terug te vinden, maar die dan ook de volle consequentie van dit standpunt aanvaarden, en volstrekt en volkomen bewust willen breken met Hegel.

Zoo wenscht Natorp met name, blijkens zijn „Aufsatz zum 100 jahngen Gedachtnis Immanuel Kants", dat de kritische wijsgeer „auch in der Sozialphilosophie unser Führer sein musz": tot voor kort heeft de wijsbegeerte der maatschappijleer zich nog niet in deze richting georiënteerd, wat verklaarbaar was, „solange die Sozialphilosophie auf kritischer Grundlage in der Allgemeinheit dar sittlichen Forderung stecken bleibt und sich nicht zu einer genauen Methode der Wir ths chaf ts- und Rechtslehre durchzuarbeiten vermag". Overigens wortelt het wetenschappelijke socialisme z.i. met geen van zijn wezenlijke leerstukken („mit keiner seiner wesentlichen Aufstellungen") op de bijzondere veronderstellingen der Hegelsche wijsbegeerte, waaruit het historisch ontstaan zou zijn: het Hegelianisme zou voor de socialisten in den grond der zaak slechts de toenmalige vorm van het evolut ion isme zijn geweest. Juist daarom volsta op dit punt „die einzige Einsicht, dasz die gesunde theoretische Basis des Evolutionismus die regulativen Prinzipien Kants sind", ten einde aldus „das ganze Problem einer phüosophischen Begründung des Sozialismus auf den Boden der kritisch en Philosophie hinüberzutragen, die sich der dringend' notwendigen Aufgabe auch nicht entzogen hat".1)

») Vgl. Vorlander, „Kant und Marx", aan wien ik deze citaten ontleend neb ('blz. 139).

Over de .beteekenis van Kant's kategorische imperatief voor de leer der maatschappij, volgens het inzicht van Natorp, zie biz. 141.

236

Sluiten