Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het zal, vooral na wat hierboven op blz. 214 v.v. is medegedeeld omtrent de verhouding tusschen Hegel en Marx, duidelijk zijn, dat de argumentatie van Natorp in dit opzicht door mij niet gewaardeerd wordt: het marxisme losmaken van het Hegelianisme, ten einde aldus een verwantschap te construeeren tusschen Marx en Kant, komt mij voor niet meer of minder te zijn, dan het onttrekken zelf van den wüsgeerigen grondslag, waarop „Het Kapitaal" is opgetrokken. Had Natorp een scherper inzicht gehad in de constructie van de waardeidee naar Marx' inzicht, en in de verre, allesbeheerscbende strekking van deze idee, waarin de voor niets terugdeinzende vasthoudendheid aan Marx' natuurwetenschappelijke wereldbesohbuwing tot openbaring komt, dan had hij deze meening niet neergeschreven.

Ook Hermann Cohen, de eerste volgeling van Kant, die op de z.i. alles beheerschende beteekenis van de Kantiaansche ethiek voor de wijsgeerige fundeering van het socialisme de aandacht gevestigd heeft, noemt den Koningsbergschen wijsgeer „den wahren und wirklichen Urheber des deutschen Sozialismus".

In zijn „Kants Begründung der Asthetik" begint hij den materialistiscben grondslag van het socialisme te bespreken: „So lange wir nur als Arbeitswerte figurieren, gehören wir ausschlieszlich dem Mechanismus der sozialen ökonomie an, in welchem ein jedes Naturwesen, als ware es nur ein Maschinenteil, als Mittel wirkt und als Mittel verbraucht und verschlungen wird". *)

Hij vervolgt nu in zijn „Einleitung mit kritischem Nachtrag", die hij vooraf deed gaan aan den vijfden druk van F. A. Lange's „Geschichte des Materialismus": „Der Sozialismus ist im Recht, sofern er im Idealismus der Ethik begründet ist. Und der Idealismus der Ethik hat ihn begründet". 2)

In verband hiermede stelt Cohen aan het „toenmalige in politieken zin opgevatte socialisme" de volgende eischen:

„1. „Als Fundament musz der Materialismus nicht

1) Vgl. wat hierboven op blz. 80 v.v. is opgemerkt omtrent den materieelen grondslag van Marx' leer.

2) Zie hierbij Max Adler, Marxistische Prohleme, blz. 143.

Overigens meent deze „Kantiaansche radicale Marxist," dat binnen het kader van het historisch materialisme aan ideologieën primaire beteekenis kan worden toegekend, en in deze richting zoekt hij dan de nadere verwantschap tusschen Kant en Marx: vergelijk hierbij zijn hoofdstuk Marxismus und Materialismus, vnl. blz. 65, v.v.

237

Sluiten