Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Marxisme kan dan ook geen sprake zijn, tenzij men het laatstgenoemde ontdoe van zijn teekenend karakter, welke het juist stempelt tot een absoluut stelsel.

In een artikel in La Revue Socialiste van 19001), vraagt Rappoport of de gedachtenconstructies van Kant en Marx met elkaar m overeenstemming gebracht kunnen worden: zouden — aldus deze Fransen-Russische Neo-Kantiaan — Marx en Engels zichzelf zoó weinig begrepen hebben, dat eerst Woltmann de aandacht moest vestigen op hun verwantschap met Kant?

Naar mijn inzicht legt deze schrijver den vinger op de wonde plek, wanneer hij de meening uitspreekt, dat het marxisme in geenen deele, krachtens zijn aard en strekking, een moreel element bevat als zelfstandige origmaire realiteit, als „Selbstzweck" maar hoogstens moreele denkbeelden historisch-genetisch verklaart en deze dus daarmee tevens „wegverklaart": de economische werkelijkheid is de voor zichzelve bestaande, alomvattende werkelijkheid, die zich realiseert door middel van den mensch als doorgangspunt van maatschappelijke krachten.

In dit verband wijst hij op de fundamenteele tegenstelling tusschen Hegel en Kant; Hegel's idee bestaat volstrekt in de werkelijkheid, is daarmede als het ware vereenzelvigd, terwijl omgekeerd tevens „alles Wirkliche vernünftig ist": Kant daarentegen stelt de idee, het denkproces, tegenover de werkelijkheid Elke poging om een verwantschap tusschen Kant met Hegel — en dus ook met diens tegenvoeter Marx, wiens theorie „doortrokken", „impregnée" is van Hegel's idee — te construeeren, is dus a priori tot onvruchtbaarheid gedoemd, als zijnde een poging, die noch Kant's leer, noch die van Hegel zelfs ook maar in haar fundamenten beroert. Het gaat hier dus niet om een verzoening — wat onverenigbaar is, laat zich niet verzoenen -, maar om verdelging (detruire) verdelging nl. niet van het marxisme als zoodanig en in zijn geheel, maar van het apriorische, metaphysische en hegeliaansche element van het marxisme.

Hij meent nu, dat het kritisch idealisme van Kant verder ontwikkeld moet worden, onverschillig of daarbij het wijsgeerige marxisme, waarvan Bernstein en Woltmann zich niet kunnen of willen losmaken, gered kan worden of niet; hij wenscht nu, volkomen bewust, de Hegelsche bestanddeelen uit het marxisme te verwijderen. „Wij kunnen dus, zonder schade te doen aan de

vi^7t:^s°ë"ven ten tM *■ m- -

240

Sluiten