Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mensch als doel in zichzelve, en het marxisme met den mensch als doorgangspunt van economische factoren.*)

Zelfs al mocht men erin slagen, een verwantschap tusschen Kant en Hegel te construeeren, en in Kant den embryonalen Hegel vinden, dan zou desniettegenstaande voor het materialisme van Marx, hetwelk de natuurwetenschap verabsoluteert tot wereldbeschouwing, en derhalve in de natuurwetenschappelijke objectenwereld de ware, alomvattende werkelijkheid ziet, Kant's wijsbegeerte geen beteekenis hebben: wanneer toch de geheele werkelijkheid opgaat in objecten, die tot andere objecten in causale betrekking staan, vermag het rationalistische naturalisme, evenmin als de natuurwetenschap, hetzij dan de anorganische of de biologische, waaraan dit naturalisme is georiënteerd, ons in contact te brengen met een persoonlijkheid.

Het karakter van zuiver verklarende natuurwetenschap, de meest, of liever de eenig en alles typeerende karaktertrek van Marx' materialistische wereldbeschouwing, dwingt tot de consequentie, dat deze levensleer van alle waardebeoordeeling, ja van alle in betrekking brengen tot waarden principieel afziet: door haar in deze strekking in relatie te brengen met Kant's wüs-

*) Een opmerking ivan dezelfde strekking kam gemaakt worden .naar aanleiding van de studie van Dr. Mankes-Zernike, „Over histarisch-materialisfcische en sociaal-democratische ethiek": als Woltmann socialiste, gevoelt zij (het bezwaar van het aimoreele karakter van Marx' leer, en nu meent Bij, dat in Woltmann's arbeid „vooral belangrijk is, dat en boe hij bewijst, dat de principes, die de kritische ethiek doet vinden, dwingen tot instemming met het socialisme" (blz. 63).

Op blz. 130 lezen iwij iweer, dat „het van niet te onderschatten waarde is, de socialisten er aan te herinneren: het socialisme is niet alleen een politieke strijd, nog minder uitsluitend een wetenschappelijke beschouwing, maar het 'is tevens en bovenal het streven naar een doel van hoog-zedelijke waande"; had zij de waarde-idee in haar typisch , materialistische constructie doorgrond, en tevens 'beseft, dat de waarde-idee eigenlijk i s de leer van Marx — naar zijn eigen verklaring trouwens i—, dan had zij, evenmin als Woltmann, er naar gestreefd, te vereenigen wat krachtens zijn inwenddgen aard voor vereeniging onvatbaar is.

Het tweeslachtige van het .door haar ingenomen standpunt komt duidelijk uit, waar zij de leer van den klassenstrijd verwenpt (Ibïz. 107, 127); deze leer toch is in wezen niets anders dan een uitbreiding van het waardevraagstuk, en als zoodanig een der fundamenten van het .socialisme, waarvan zij een aanhangster is. Over de beteekenis en strekking van Marx' waardeleer laat zij zich nu echter in het geheel niet uit.

245

Sluiten