Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het voor hem in de rede incomm en sur abele is, zoo is er ook voor Marx op het gebied der maatschappijleer overal een zich aan het begrijpen onttrekkende rest, in den trant van Kant's „Afficirung" door het „Ding an sich", wat Marx zelf duidelijk gevoeld heeft, toen hij in zijn waardeleer, grondslag van zijn geheele systeem, een element van duisterheid constateerde. Wat voor Hegel de „Ohnmacht der Natur ist, die Begriffsbestimmungen nur abstrakt zu erhalten und die Ausführung des Besonderen ausserer Bestimmbarkeit auszusetzen", zoodat zij de logische vormen niet „rein darstellt", is bij Marx het ontoereikende der waarde-idee om alle toevalligheden, die zich in het economische voordoen, te omspannen.*)

Het Hegeliaansche „Jene Ohnmacht der Natur setzt der Philosophie Grenzen", kunnen wij voor de leer van Marx parafraseeren tot het „Jene Ohnmacht der Waarenform des Arbeitsprodukts setzt der Ökonomie Grenzen." 2)

Ik kom nu, onder het licht van deze inleidende beschouwingen, tot de grondgedachte van dit hoofdstuk, welke ik als volgt formuleeren wil:

Onder waar, geld en kapitaal verstaat Marx niet stoffelijke zaken, dingen, maar stoffelijke zaken, dingen zijn voor Marx, onder den naam waar, geld en kapitaal, niets meer dan de min of meer toevallige dragers van verschijningsvormen, waarin zich bepaalde maatschappelijke verhoudingen manifesteeren, zoodat deze verhoudingen niet met hun verschijningsvorm vereenzelvigd mogen worden.

Aangezien geld en kapitaal naar marxistisch inzicht niets anders zijn dan gecompliceerde verhoudingen der enkelvoudige waarde-idee, kan deze „trias economica" tot een „unitas economica" gereduceerd worden: waar bovendien de ruilwaarde de eenig mogelijke verschijningsvorm is van een van haar te onder-

*) Aldus kamt de tegenstrijdigheid, die bestaat tusschen het Eerste en het Derde Boek van Hat Kapitaal, in een haar bijzonder karakteriseerende belichting te istaam, gansch ■verschillend van wat men gewoonlijk onder tegenstrijdigheid .verstaat: zie de noot op blz. 144 en blz. 218.

s) Men vergelijke in verband hiermede de beschouwingen over de waarde en over den prijs van .maagdelijken grond, natuurlijke weiden, in het wild groeiend hooit, enz., in de volgende onderafdeeling over de waarde.

249

Sluiten