Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schelijk denken over de geheele linie binnen het gebied van haar onderzoek trekt.*)

In dit verband zij er hier bovendien de aandacht op gevestigd dat, tegenover de marxistische natuurwetenschappelijke wereldbeschouwing, zooals deze in haar zeer bijzondere openbaxing in „Het Kapitaal' is gematerialiseerd, en welke in algemeenen zin voorshands haar hoogtepunt overschreden heeft, een andere, ruimer doordachte en meer bevredigende levensleer opgebouwd zal kunnen worden, waarin de geestelijke waarden de plaats bekleeden, die daaraan toekomt: op dit punt hoop ik in het laatste hoofdstuk nog met een enkel woord terug te komen.

Vooral in het hoofdstuk over „het afgodskarakter van de waar en zijn geheim", maar verder trouwens in zijn geheelen arbeid, komt de bijzondere opvatting van Marx over de idee der waar duidelijk aan het licht: zoover de waar gebruikslichaam is, is er niets bijzonders aan haar, maar zoodra zij als waar optreedt, verandert zij in een zinnelijk boven-zmnelijk of maatschappelijk voorwerp, is haar „een nieuwe maatschappelijke ziel in het lichaam gevaren." Dit beteekent, dat de waren alleen waardegehalte bezitten, voorzoover zij uitdrukkingen van dezelfde maatschappel ij 'k e eenheid zijn, van den onderscheid'sloozen abstracten arbeid, zoodat omgekeerd deze gelijkheid van allen menschelijken arbeid haren tastbaren vorm krijgt in het gelijke wezen van het waardegehalte der arbeidsproducten: de idealistische kringloop der begrippen van Hegel, met rijn vereenzelviging van de gedachte met de werkelijkheid, en waarbinnen de persoonlijkheid als in een met volstrekte noodzakelijkheid zich ontwikkelend proces geen beteekenis heeft, is hier omgeslagen in zijn tegenovergestelde, de zelfbewegende kringloop der materie, welke in de marxistische logica adaequate kennis van zich zelf heeft gekregen als de waarde-idee.

Waar nu in het ruilverkeer de toevallige betrekking tusschen de individueele warenbezitters wegvalt, bestaat „het geheimzinnige van den warenvorm eenvoudig hierin, dat bij voor de menschen het maatschappelijk karakter van hun eigen arbeidT weerspiegelt als zakelijk karakter van de arbeidsproducten zelf, en dit wel als maatschappelbk-natuurlijke eigenschappen van deze voorwerpen,

') Sven Heiander, t.a.p. blz. 56, noemt „Böhm-Bawerks Marxkritik gründlich miszlungen"; mislukt lijk mij geen goede qualificatie: von Böhm's kritiek raakt Marx' arbeid zelfs ndet.

259

Sluiten