Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

blijken: het streven der Kantiaansche sociaal-democraten den marxistischen gedachtengang te oriënteeren aan de denkbeelden van den Koningsberger wijsgeer, kan dan ook alleen maar plaats hebben door dit verband te construeeren buiten de waardetheorie -om, wat echter niet anders beteekent dan een aantasting van het geheele systeem zelf van „Het Kapitaal".

Juist het inzicht in de beteekenis der waardetheorie van Marx is zoo noodzakelijk, omdat, deze theorie eenmaal als axioma vooropgezet zijnde, daaruit logisch gededuceerd is het geheele levenswerk van Marx: vooral komt dit uit ten aanzien van het leerstuk van den klassenstrijd, waarop ik hieronder in het laatste hoofdstuk nog nader terugkom.*)

*) Udit deze beschouwingen imoge blijken, hoe weinig mj. Mr. van Dorp in Marx' gedachtengang ie ingeleefd, waar zij, in haar „Het bankroet der tegenwoordige sociale politiek", de vraag besprekende wat het marxisme is, schrijft, dat „het bestaat uit zeer verschillende deelen, waarvan wij hier de philosophische en de economisch-historische laten rusten (!), om ons tot de zuiver theoretisch-eoonomische te wenden, de zoogenaamde Marxistische waardeleer".

Zij komt dan ook tot de, in hare kortheid bovendien ietwat verbijsterende gevolgtrekking, dat „die leer berust op een vergissing", en dat „het juist andersom is"; „een eenvoudig bewijs" heeft zij bij de hand: „een verrotte peer heeft geen waarde meer, toch is er dezelfde mate van arbeid in belichaamd, misschien nog meer, als in dezelfde peer, toen zij nog versoh was". Zelfs antwoordt zij op de vraag: „wat drukt het woord waarde dan wel uit bij Marx, wat bedoelt hij ermee? Er is maar één antwoord: „heelemaal (!) niets (!)".

Het is een verwonderlijke zaak: „de marxistische waardeleer is meer levend dian ooit, en beheerscht de geheele tegenwoordige sociale politiek en de geesten", aldus Mr. van Dorp op blz. 13; de schrijfster heeft niet veel respect voor het memsohelijk intellect, dat door „heelemaal niets" beheerscht wordt en door éeh rotte peer — dus toch nog wel door iets, zij het niet veel 1 — in het goede spoor gebracht kan worden.

Trouwens, deze privaat-idocente heeft een eigenaardige opvatting van de wetenschap der economie, die zij, in haar rade „De praotdsche beteekenis der theoretische economie", .kortweg noemt den wiskundigen kijk op de economische verschijnselen", (tóz. 5), als „het eigenaardige der economie meedeelt, dat zij, als eenige onder de sociale wetenschappen, exact denken vereischt", (blz. 29), maar tevens — men rade! — „voor den staathuishoudkundige een breeder vergezicht opent dan voor wien ook: grenzen aan zijn gebied niet bijna alle andere gebieden, ligt zijn gebied niet in het centrum van alle: ethiek en historie, natuurwetenschappen en techniek, is hij niet betrokken bij ieder sociaal vraagstuk?" (blz. 31).

Op blz. 11 noemt zij het echter weer „een groote daad der menschheid, toen

264

Sluiten