Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Deze algemeene gedachtengang toont de onaantastbaarheid van Marx' warenidee m.i. duidelijk aan, maar dit alleen binnen het kader zijner naturalistische of biologische levensleer, die de stof, hetzij de levende of de doode, verabsoluteert tot de alomvattende werkelijkheid, aangevuld als deze leer is, naar analogie van Hegel's wijsbegeerte, met de zelfbeweging der materie. In deze sfeer, waarin „die Keime zu einer v o 11 befriedigenden Weltund Lebensanschauung enthalten sind", en waarin het geheele wereldgebeuren begrepen is als de zelfontwikkeling der materie, als de tot begrip van zichzelve gekomen stoffelijke werkelijkheid, vereenzelvigd met de totaliteit der productie- en railverhoudingen, geldt zij, heeft zij overtuigende, onvoorwaardelijke beteekenis: de kritiek tegen rijn arbeidswaardeleer moet dus met, post festum, gericht zijn op de gereede uitkomsten van het ontwikkelingsproces, maar op de summa principia, op de fundamenten van Marx' machtige bouwingen der gedachte zelf.x)

Het is hier de plaats om nader in te gaan op de denkbeelden van Kuyper over de waarde-theorieën, zooals hij deze nader ontwikkeld heeft in zijn, als privaat-docent gehouden rede „Van burgerlijke staathuishoudkunde tot proletarische maatschappijleer", en in een artikel „Over waarde", opgenomen in den bundel „Marxistische beschouwingen", en waarin de onderlinge verhouding van de arbeidswaardeleer en de grenswaardeleer aan een nadere bespreking onderworpen wordt.

Het treft mij dan onmiddellijk, dat hij eigenlijk geheel breekt met Marx' waardeleer, en meent dat „de subjectivistische grenswaardeleer, hoezeer ook methodologisch geheel verschillend van

zij de wetenschap bevrijdde uit het dwangbuis van theologie, moraalphilosophie en levensbeschouwing."

Bij een dergelijke „chaotische" opvatting der, staathuishoudkunde is het geen wonder, dat deze wetenschap slechts een „gering gezag" bij het publiek heeft ('blz. 4); men moet al bijzonder intellectueel aangelegd zijn, om dit amalgama van wetenschap .te kunnen verwerken, laat staan te waardeeren.

Inderdaad, aan haar openbaart zich, wat Marx scherp schrijft, dat „de staathuishoudkundige met den burgerlijk groven blik niet vermoedt, dat reeds in de eenvoudigste waardeuitdrukking 20 el linnen = 1 jas, het raadsel van den equiivalentvorm wordt gesteld."

1) Men vergelijke hierbij, wat op blz. 112 v.v. omtrent de constructie van de waardetheorie van Marx, en op blz. 205 v.v. omtrent de gelijkwaardigheid van Hegel's en Marx' systeem is medegedeeld.

265

Sluiten