Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het marxisme, toch ter aanvulling en zelfs ten deele in de plaats van Marx' sociologische waardebeschouwing kan en moet worden aanvaard";3) te verwonderlijker komt mij dit voor, waar Kuyper de essence van Marx' theorie scherp blijkt in te zien, en, in verband met Marx' voorstelling, dat „de waarde in werkelijkheid beteekent een maatschappelijke verhouding van personen, die slechts uit de maatschappelijke functies en niet uit de natuurlijke eigenschappen van de waar kan worden afgeleid", zoo volkomen juist schrijft, dat „men hieruit dus ziet, dat Marx de waarde anders opvat dan de moderne burgerlijke economie, die hier slechts een verhouding van de menschen tot de dingen en van de dingen onderling ziet".2)

Marx doet dan ook, volgens Kuyper, „het waardeprobleem geweld aan",3) men moet „de onhoudbaarheid van Marx' waardeleer qua waardeleer erkennen", 4) „in „Das Kapital" wordt het ruilwaardebegrip beperkt en verwrongen om de door Marx zelf geformuleerde critiek te ontkomen en aldus het arbeidswaardeprincipe te kunnen behouden:" 6) zelfs is „wat Marx in „Das Kapital" over waarde zegt, als men het letterlijk opvat, een terugstap ten opzichte van Ricardo, die «ich tenminste van de ondoorvoerbaarheid van het arbeidswaardeprincipe bewust was." 5)

Van den celvorm der burgerlijke maatschappij, welks constructie naar Marx' eigen verklaring hem de grootste zwarigheid opleverde, blijft volgens dezen marxistischen socioloog, die den schrijver van „Het Kapitaal" nog eerbiedig zijnen meester noemt, niet veel over: het is inderdaad niet te veel gezegd, wanneer men beweert, dat Kuyper, die „de theorieën der moderne burgerlijke economen niet als bepaald onjuist beschouwt", „de grenswaardeleer niet voor geheel onbruikbaar wil verklaren", de fundamenten van Marx' leer definitief ondergraaft, met die leer in principe breekt.

Ik begrijp trouwens Kuyper's gedachtengang en betoogtrant niet: vanuit de theorie van de grenswaardeleer richt hij zijn kritiek op Marx' waardeleer, maar zelf geeft hij duidelijk blijk te gevoelen, dat tusschen deze beide leerstukken een zóó fundamenteel

') Van burgerlijke staathuishoudkunde tot proletarische maatschappijleer, blz. 29.

3) Zie zijn „Bundel Herdrukken", I, blz. 182. 3) Herdrukken, I, blz. 173. *) T.a.p., blz. 177. 8) T.a.p., blz. 181.

266

Sluiten