Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en diepgaand „soortehjk" verschil bestaat, dat argumenten, aan deze leerstukken ontleend, over en weer op elkaar geen vat hebben: zij passen niet op elkaar, zij glijden langs elkaar af en treffen geen doel. „De analyse van de grenswaardeleer — aldus Kuyper op blz. 192 van zün bundel — bewüst, dat in het algemeen de behoeften en voorraadsverhoudingen de ruilwaarde bepalen, zonder dat een eigenschap der goederen alleen de bepalende factor voor de ruilwaarde is": maar dit bewüst nog niets tegen de arbeidswaardeleer van Marx, die zich beweegt in een geheel andere sfeer van verschijnselen en gedachten, en die juist op algemeen wüsgeerige gronden constateert, aantoont, „bewüst" met een beroep op de werkelükheid, dat er wel zulk een, het geheele economische leven beheerschende factor is, n.1. de in hegeliaanschen zin doordachte, zich zelf bewegende materieele werkelijkheid, zich openbarende in het geheel der productieverhoudingen en -krachten, en neergeslagen in de warenidee.

Hoe onwü'sgeerig Kuyper deze materie aanvoelt, blijkt uit het volgende voorbeeld, waarmede hü Marx' waardewet tracht te ontzenuwen: „Maar zelfs al kon men de stelling bewijzen, dat er noodzakelijk aan de ruilverhouding der waren een eigenschap ten grondslag moet liggen, die tot een quantitatieve gelijkstelling zou kunnen leiden, dan nog is het niet bewezen, dat de eigenschap, dat bü de productie der waren arbeid opgehoopt is, de eenige overblijvende eigenschap zou zijn, die het fundament voor de ruilwaarde kan zün. Het volumeO) en het gewichtÜ) van de waren (allerminst evenredig met de ruilwaarde der waren, maar dat is het arbeidsquantum in de ontwikkelde warenproduceerende maatschappü ook(!) niet) zouden hier eveneens in aanmerking kunnen komen." 1 )

Kuyper beseft hier niet dat, wat voor Hegel is het qualiteitslooze, onbepaalde „zijn", de eerste drieslag van rijn logica, en als zoodanig aan geen enkel voorwerp vreemd, voor Marx is het „zün van arbeidsproduct": het volume en het gewicht van de voorwerpen is dus reeds, taliter qualiter, ideëel begrepen in het „rijn", het „rijn" — en dus ook het „rijn van arbeidsproduct" — omvat deze begrippen reeds, en een beroep daarop is in het hier besproken verband irrelevant.

Ook in het vervolg van rijn betoog is Kuyper „klein"* argumen-

') Men vindt hier feitelijk den gedachtengang van von Böhm terug, op blz. 257 nader besproken.

267

Sluiten