Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET GELD.

„Iedereen weet, — aldus Marx — ook al weet hij overigens niets, dat de waren een gemeenschappelijken waardevorm bezitten, die een zeer treffende tegenstelling vormt met de bonte, natuurlijke vormen van hare gebruikshchamen, nl. den geldvorm".

Wat is nu de genesis van dien geldvorm, en hoe verklaren wij het oogverblindend raadsel van den geldafgod?

Ik zal op de bijzonderheden van dit ingewikkelde en uiterst moeilijke vraagstuk, dat Marx in een deductief betoog behandelt, niet ingaan, slechts in hoofdpunten de constructie aangeven van den gedachtengang, waarin, naar zijne opvatting, de beteekenis van het geld wordt weergegeven; het gesloten karakter van „Het Kapitaal" zal ook hieruit wederom duidelijk blijken, omdat, als men tot het inzicht van zijn warenidee gekomen is, Marx' geheele geldtheorie eigenlijk ook hierin weer ligt opgesloten: „het raadsel van den geldafgod is nl. niets anders dan het zichtbaar geworden, oogverblindend raadsel van den warenafgod". Bovendien lezen wij reeds in de voorrede tot de eerste uitgave van „Het Kapitaal", dat „de waardevorm, waarvan de voltooide gedaante de geldvorm is, zeer elementair en eenvoudig is": in het hoofdstuk over den geldvorm schrijft Marx dan ook, dat „de eenvoudige warenvorm derhalve de kiem is van den geldvorm".

Wat is nu de functie van het geld? Te dienen als eenheid van den algemeenen verschijningsvorm van menschelijken arbeid.

Herinneren wij ons wat de celvorm is der wapenconstructie, n.1. het „zijn van arbeidsproduct" zonder meer in zijn meest elementaire voorstelling: op deze basis worden in het ruilverkeer de goederen met eikaar vergeleken, zoodat de eenvoudigste waardebetrekking Maarblijkelijk is de waardebetrekking van een waar tot een enkele waar van een andere soort, onverschillig welke. Be waardebetrekkmg van twee waren levert dus de eenvoudigste waardeuitdrakking voor een waar: van deze, haar eenvoudigste, onaanzienlijkste gedaante tot den verblindenden geldvorm is slechts, overeenkomstig Marx' quantitatieve opvatting der werkelijkheid, een gradueel verschil, waarmee tevens verdwijnt het geld-

270

Sluiten