Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vinden de waren hare eigen waardegedaante gereed in de buiten en naast haar bestaande waardelichamen. Deze dingen, goud en zilver, zooals zij uit de ingewanden der aarde te voorschijn komen, zijn tevens de onmiddellijke belichaming van allen mensche1 ij'ken arbeid."

Zoo culmineert ten slotte Marx' geldtheorie in de verklaring, dat „geld als waardemaat is de noodzakelijke verschijningsvorm van de innerlijke waardemaat der waren, van den arbeidstijd". In verband met het optreden van de waar, die in zich sluit hare verdubbeling als waar en geldwaar, is bovendien de waarde der waren veranderd in denkbeeldige hoeveelheden goud van verschillende grootte, dus, ondanks de bontheid van de warenlichamen, in gelijknamige grootheden, in goudgrootheden.*)

„Deprijs, naar de woorden van Marx zelf, wordt dus de geldnaam van den in de waar belichaamden arbeid": het in den prijs vastgelegde metaalgewicht is, wijsgeerig-economisch voorgesteld, de zichtbare gedaante, de stoffelijke uitdrukking van de marxistische, in hegeliaanschen zin doordachte abstractie „zijn van arbeidsproduct", geconstrueerd in een hooger maatschappelijk verband, maar daarmede is tevens aangetoond, dat de kiem van den geldvorm is de eenvoudige waardevorm.

Overeenkomstig deze voorstelling is de geldvorm van een ding

staf van de waarde. De voornaamste functie van het goud bestaat dan ook hierin aan de warenwereld het materiaal te leveren van hare waardeuitdrukking, of de waardemassa's als gelijksoortige grootheden, kwalitatief g elijk en kwantitatief vergel ij kbaar, voor te stellen.

*) Alle waren hebben dus een geldfunctie, of beter gezegd, kunnen deze hebben : in de edele metalen echter komt deze functie tot openbaring, tot verstijving.

„Die notwendigen physischen Eigenschaften der besonderen Ware, worin sieh das Geldsein aller Waren kristallisieren soll, soweit sie aus der Natur des ïauschwerts unmittelbar hervorgehen, sind beliebige Teilbarkeit, Gleichförmigkeit der Teile, und Unterschiedslosigkeit aller Exemplare dieser Ware." (Zur Kritik blz. 29).

Gelijk het waardegehalte van de waren het „maatschappelijk bestaan" van deze dingen is, ontstaat op zijn beurt „de algemeene waardevorm alleen als gemeenschappelijk werk van de warenwereld": de marxistische warenwereld is inderdaad een rijk van vaste, constante relaties, naar haar aard even volstrekt en even gesloten als de hegeliaansche wereld der begrippen.

274

Sluiten