Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

haufte Arbeit erst zum Kapital. Das Kapital bestebt nicht darin, dasz aufgehaufte Arbeit der lebendigen Arbeit als Mittel zu neuer Produktion dient. Es besteht darin, dasz die lebendige Arbeit der aufgehauften Arbeit als Mittel dient, ihren Tauschwert zu erhalten und zu vermehren." *)

„Het kapitaal veronderstelt den loonarbeid — aldus Marx weer op "een andere plaats —, de loonarbeid het kapitaal. Zij zün wederkeerig voorwaarde voor eikaars bestaan, rij brengen elkaar wederkeerig voort. Produceert een arbeider in een katoenfabriek slechts katoenen stoffen? Neen, hü produceert kapitaal. Hy produceert waarde, die opnieuw bestemd is over zün arbeid te beschikken en • daarmee nieuwe waarde voort te brengen." 2)

Het is mü onbegrijpelijk hoe Kuyper schrijven kan, dat, „wat Marx' kapitaalopvatting betreft, ook hier het vasthouden aan de functie van het kapitaal onder bepaalde historische omstandigheden hem van een volledige verklaring afhoudt. Dat het kapitaal onder de kapitalistische productiewyze middel tot uitbuiting is, dat het in deze phase van economische ontwikkeling niet als rustend ding begrepen kan worden, is alweer een inzicht aan welks waarde ik niet gaarne iets zou afdoen. Maar dit inricht kan en moet m. i. geënt worden op de algemeene kapitaalopvatting, die de burgerlijke economie geeft." 8)

Het is alsof Kuyper zelf gevoeld heeft, dat hü hier twee gedachtenconstructies door elkaar heen gebruikt, die in ieder opzicht met elkaar onvereenigbaar rijn: immers, aan het einde van rijn studie vestigt bij weer de aandacht op het afgeronde, gesloten karakter van Marx' arbeid, waar hy schrijft, dat, „wat het marxistische kapitaalbegrip betreft, dit natuurlijk in nauw verband staat tot Mar*' waardeopvatting. Het afeeineene kapitaalbegrip is dat der moderne burgerlijke economie." 4)

Bedenken wy' nu, dat volgens Kuyper, „Marx* productieprijzentheorie behalve de fout, dat zü een onjuiste waardeleer tot uitgangspunt heeft, nog allerlei leemten heeft," 6) dan moet men tot de gevolgtrekking komen, dat de waardeering van Kuyper voor Marx' waarde-, geld- en kapitaalbegrip beneden het vriespunt is

1) Mehring, „Karl Marx", Geschichte seines Lebens, blz. 149.

2) „Lohnarbeit und Kapital", Neue Kheinische Zeitung, No. 266, 7 April 1849, geciteerd in Het Kapitaal, Ie Boek, 21ste hoofdstuk.

s) Marxistische beschouwingen, I, blz. 194. *) T.ap., blz. 211. s) T.a.p., blz. 195.

285

Sluiten