Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Kuyper's fout ligt primair dan ook daar, waar hij de waarde •der zeldzaamheidsgoederen toetst aan de leer van het arbeidswaardeprincipe van Marx; ten aanzien van dit punt schrijft hij:

„Marx legt aan de waarde een verhouding van menschen, een productieverhouding ten grondslag; van daar die beperking van het ruilwaarde- en waardebegrip. Ik wil aan de beteekenis van dit inzicht, zooals straks zal blijken, niets afdoen. Maar de vormen van waarde, waaraan deze verhouding niet ten grondslag Ugt, mag men, met het oog op dit inzicht, maar niet willekeurig verwaarloozen. Het arbeidswaardeprincipe, dat, zooals ik vroeger reeds uiteenzette, zelfs voor de bepaalde vormen van ruilwaarde, die Marx op het oog heeft (de waren), niet bruikbaar is, weigert bij de andere vormen geheel den dienst. En om deze moeilijkheden te ontgaan wordt van de zeldzaamheidsgoederen, niettegenstaande de prijs de uitdrukking van de waarde is en er dus aan eiken prijs een correspondeerende waarde ten grondslag zou moeten liggen, gezegd, dat de p rij suitd rukking hierbij imaginair is." *)

Inderdaad — ik heb het hierboven aangetoond — bestaat hier een onverklaarbare „toevalligheid", maar deze is een gevolg van de door Marx aan Hegel ontleende methode van wijsgeerig denken, in wiens absoluut idealisme voor het concrete, het „Einmalige", evenmin als bij Marx, plaats is: zooals het van het hegeliaansche begrip niet verlangd kan worden de toevalligheden, welke het tüd-ruimtelijk bestaan met zich brengt, te begrijpen, evenmin kan van het marxistische waardedenkbeeld gevergd worden het irrationeele en abnormale te omspannen op economisch gebied. Kuyper's opvatting, dat „die imaginaire pr ij suitd rukking toch een al te gemakkelijke manier is om zich van de moeilijkheden af te maken", is mij te „goedkoop", en zeer zeker niet in overeenstemming met de wijsgeerige waarde van Marx' systeem: een argument, dat beteekenis kan hebben in de nuchtere logica van het alledaagsche leven, en waaraan op het eerste gezicht een overtuigende bewijskracht wordt toegekend, kan in een hoogere gedachtensfeer als irrelevant, als niet ter zake dienende en afdoende worden afgewezen.

Nadat Kuyper den eersten stap op dezen weg had gezet, en hij het waardebeginsel van Marx voor foutief en gewrongen had verklaard, was hij genoodzaakt den eenmaal ingeslagen weg ten

i) T.a.p. blz. 191.

288

Sluiten