Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIJFDE HOOFDSTUK.

DE LEER VAN MARX EN HET TEGENWOORDIGE SOCIALISME.

Der kleinste Hollander ist noch ein Staatsburger gegen den gröszten Deutschen.

Marx in een brief aan R., Auf der Treckschuit nach D. im Marz 1843. (Aus dem literarischen Nachlass von Karl Marx, Friedrich Engels und Ferdinand Lassale, herausgegeben von Franz Mehring, I, blz. 360).

Wanneer men zich op de hoogte stelt van de socialistische litteratuur, treft het onmiddellijk, dat er van een eenheid van denken, zelfs waar het aangaat de summa principia van de leer van het hedendaagsche of wetenschappelijke socialisme, geen sprake meer is: ten aanzien van de meest fundamenteele vraagstukken worden volstrekt uiteenloopende opvattingen en meeningen verkondigd, en men is geneigd zich af te vragen, hoe dit mogelijk is bü eene geestesrichting als het Marxisme, die zich, juist in haar opzet en strekking, kenmerkt door een volstrekt en gesloten karakter. De verklaring hiervan ligt m.i. in het feit, dat men niet steeds zich bewust blijft hiervan, dat de leer van Marx is een vrijsgeerig systeem, een stelsel van een in zeer büzondere richting doordachte levens- en wereldbeschouwing, en als zoodanig gematerialiseerd, neergeslagen in economische verhoudingen, n.1. in de waarde-idee, dus toch steeds een levensphilosophie, die haar eigenlijke waardeering dan ook alleen maar op haar eigen gebied kan vinden, dat der algemeene wysbegeerte — wat zy' ten slotte gemeen heeft met elke sociale wetenschap.

Een kritiek, of liever een bespreking van „Het Kapitaal", waarin Marx' geheele levensarbeid is vervat, moet in verband hiermede ontwikkeld worden langs dezelfde lijnen, overeenkomstig welke die arbeid naar wezen en strekking verloopt: alleen langs dezen weg kunnen wij tot resultaten komen, waarbü men echter vooral in het oog heeft te houden, dat wü aldus toch nooit iets kunnen

290

Sluiten