Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het kenmerkend karakter van Marx' arbeid is zijn materialisme, mdividueel en sociaal doordacht, de tot hare uiterste gevolgtrekkingen aanvaarde levens- en werel<meschouwing, dat de eenige, ware, allesomvattende werkelijkheid is de stof; in zijn verschillende, elkaar bevechtende opvattingen blijft het Marxisme in zijn grondtoon, in wezen, de radicale doorvoering van een principieel zuiver materialistische levenshouding, misschien wel het kortst en het scherpst omschreven als een verabsoluteering der natuurwetenschap tot wereldbeschouwing.*)

De doordenking van deze werkehjkheid is bi zuiver Hegeliaanschen geest geschied, zoodat in verband hiermede dezelfde waarde, die aan de dialectiek van den wijsgeer van het absolute idealisme toekomt, evenzeer moet worden toegekend aan de Marxistische woorden- en gedachtenkeuze en methode van intellectueel argu-

von der Arbeit als alleinige Grundlage des Wertes, für Marx selbst Grund und Quelle der TJberzeugung war", geeft hij m.i. blijk den wijsgeerigen ondergrond van Marx' arbeid zelfs niet aan te voelen.

De geringe waardeering, die met name de strafrechtspraak in ons land heeft en waarover in de vergadering van de Nederlandsche Advocatenvereeniging van 30 September 1922 geklaagd is, komt mij voor verband te houden met een opmerking van dezelfde strekking: hare verklaring vindt zij m.i. in de overweging, dat de elementaire, alles beheerschende leerstukken als die over opzet, schuld, voorwaardelijk opzet, in wezen zuivere menschelijkheidsvraagstukken zijn, die zich door een oneindige verscheidenheid, en dus door een volstrekte „onbegripsmatigheid" kenmerken, maar die behandeld worden als schoolsche, begripsmatige leerstukken, die hunne eigenlijke omschrijving en qualificatie vinden in de wet en haar geschiedenis, waar zij nu echter juist nooit te vinden zijn.

Men vergelijke in verband hiermede W. v. h. R. 10934, waarin zelfs gesproken wordt van een „zich principieel en bewust onthouden van een deel der balie van de verdediging in strafzaken": het feit, dat niemand minder dan de hoofdredacteur schrijft, dat „de raadsman bij een overtuiging van schuld van zijn client kan aanvoeren wat redelijkerwijze tegen de bijgebrachte bewijzen kan gelden", en „dat het op de overtuiging van den raadsman niet aankomt", moge wettelijk, d.i. strict formeel een verklaring zijn, maar boven de wet gaat de werkelijkheid des levens, en deze weigert in een dergelijke argumentatie een rechtvaardiging van de handelingen van den verdediger te zien.

') Vgl. Bergson, L'Evolution créatrice:

„Ce que vous appelez une forme imprévisible n'est qu'un arrangement nouveau d eléments anciens. Les causes élémentaires d'ont 1'ensemble a déterminé eet 'arrangement, sont elles-mêmes des causes anciennes qui se répétent en adoptant un ordre nouveau. La connaissance des éléments et des causes élémentaires eüt permis de dessiner par avance la forme vivante qui en est la somme et le résultat" (blz. 32).

294

Sluiten