Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de handen van Hegel ontvangt, geenszins belet, dat hij harealgemeene bewegingsvormen voor het eerst volledig en bewust heeft blootgelegd. Zij staat bij hem op het hoofd. Men moet haar ondersteboven keeren om de rationeele kern in het mystieke omhulsel te ontdekken." 1)

De waarde van Marx' arbeid is dan ook niet in de eerste plaats een historische of economische, maar wel zeer bepaaldelijk een wijsgeerige, zij het historisch en economisch toegelicht, terwijl ook deze toelichting weer van uit een bepaald wijsgeerigen gezichtshoek is gegeven: alleen zóó is het m.i. mogelijk door te dringen in geest en strekking van dat eigenaardig verloopende en van een bijzon-^ deren gedachtengang getuigende hoofdstuk „Het afgods'karakter van de waar en zijn geheim", waarin, gecombineerd met de overige beschouwingen over de gebruikswaarde en waarde, de analyse van de waar, d.i. van „Het Kapitaal" is neergeslagen.2) ■

In dit hoofdstuk betreedt Marx het gebied van staathuishoudkunde, geschiedenis, godsdienst, psychologie, kunst, taal, wijsbegeerte, maar dit alles ter adstructie van de juistheid van zijn waardetheorie, d.i. zijn gestolde levens- en wereldbeschouwing:

') In dit opzicht stelt het boek van Gustave Le Bon, Psychologie du Socialisme, teleur: volgens den titel verwacht men een studie in het wezen van het socialisme, inderdaad ontvangt men in hoofdzaak een overzicht van de wijze, waarop het socialisme zich aanpast aan de verschillende volkeren en rassen.

*) Had Kuyper dit begrepen, dan had hij in zijn „Marxistische beschouwingen" niet geschreven, dat „wat Marx' kapitaalopvatting betreft, ook hier het vasthouden aan de functie van het kapitaal onder bepaalde historische voorwaarden hem van een volledige verklaring afhoudt" (I, blz. 194); integendeel is Marx volkomen consequent, wanneer hij, binnen het kader van zijn levensleer, het kapitaal opvat als meerwaarde voortbrengende waarde. Hoe weinighij trouwens vasthoudt aan historische voorwaarden ter verklaring van z ij n waarde-, dus kapitaalbegrip, blijkt duidelijk uit zijn beschouwingen over de waarde-idee, waarin hij juist de kapitalistische maatschappij volstrekt stelt tegenover de primitieve samenleving.

Wij lezen nl., ook weer in hetzelfde hoofdstuk, dat „alle mystiek van de warenwereld, alle tooverij en spokerij, die de arbeidsproducten op den grondslag van de warenproductie omhullen, verdwijnen derhalve dadelijk, zoodra wij onze toevlucht nemen tot andere productievormen", d.z. de Robinsonaden en de duistere Europeesche middeleeuwen: de Marxistische waarde- en kapitaalopvatting is dus niet een historisch product, al kan zij door historische vergelijking in laatste instantie duidelijker worden voorgesteld.

Kuyper, hoewel hij het voor zichzelf ontkent, staart zich blind op het woord waarde (blz. 197); hij beseft niet, dat dit woord Marx' gestolde levensleer is~

297

Sluiten