Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daarom juist heeft dit betoog, hoe scherpzinnig het ook gesteld is. en van welk een veelomvattende kennis het ook getuigt, geen overtuigende waarde, omdat hier telkens een beroep gedaan wordt op datgene, wat „bewezen" moet worden, als zou nl. de natuurwetenschap, in hare verabsoluteering tot wereldbeschouwing, die de geheele ervaringswereld, het physische en het psychische tot haar object maakt, de eenige wetenschap zijn.

Naar mijn inzicht — ik heb het hierboven reeds omschreven — is de Marxistische waarde-, geld- en kapitaaltheorie volstrekt juist en volkomen zuiver en wetenschappelijk doordacht: zij geldt onvoorwaardelijk, en tot in haar verste consequenties behoort zij aanvaard te worden en te dienen als leiddraad ook voor de practische poüiiek, op voorwaarde echter, dat men haar fundeering, de in Hegebaanschen zin doordachte verabsoluteering der natuurwetenschap tot wereldbeschouwing, het alzoo in een zeer bijzondere richting doordachte Marxistische materialisme, zonder eenige reserve als levensleer aanvaardt. In dit opzicht openbaart zich Marx' sterke en overtuigende geest, dat het hem gegeven is geweest een wijsgeerig systeem, d.i. dus een gedachtenconstructie, en wel met name het zoo abstract uitziende Hegelsche denken, in zijn eigen tegenstelling omgeslagen, als het ware stoffelijk, zinnelijk waarneembaar ons voor oogen te stellen in den vorm van de ruilwaarde als de eenig mogelijke openbaring van het eigenlijke wezen der kapitalistische maatschappij: gelijk Hegel bi de idee, meent hij in de materie de werkelijkheid te kunnen grijpen, en er het absoluut waardevolle, een absolute waardemaatstaf in te bezitten.

Wanneer voor de natuurwetenschappelijke wereldbeschouwing de geheele werkelijkheid opgaat in objecten, die tot andere objecten m causale betrekking staan, is hiermede in algemeenen zin het kenmerk aangegeven van de monistisch materialistische levensleer, welke in de wetenschap, die ons de wetten van het stoffelijk .gebeuren leert kennen, de wetenschap der werkelijkheid ziet, en wier kategorieën werkelü'kheidskategorieën zijn, of nog scherper gezegd, de eenige werkelükheidskategorieën, omdat die werkelijkheid volkomen opgaat in het oorzaak en gevolg zijn binnen het materieele verloop. Alleen wat atoom en atoombeweging is, bestaat, is, en al het andere wordt niets anders dan een vluchtig, onzelfstandig nevenverschijnsel, een epifenomeen, hetwelk geen zelfstandig bestaan heeft, en voor den gang der realiteit van even weinig beteekenis is als voor de beweging

298

Sluiten