Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Juist daarom is de Marxistische maatschappijleer een systeem, een gesloten stelsel, waarin de werkelijkheid samenvalt met, of liever gegrepen is in de zelfbeweging der productiekrachten en productieverhoudingen, en waarbinnen de mensch als „verpersoonlijkt kapitaal", als „verpersoonlijkte arbeidskracht", kortom als „warenhoeder", niets^anders is dan een onzelfstandig doorgangspünt van sociale natuurkrachten, in wiens voorstellingsvermogen de werkelijkheid tot bewustheid van zichzelve komt in de waarde-idee. Omdat nu „de kapitalistische productie in haar wezen productie van meerwaarde, opslurping van meerarbeid" is, — voorstelling, die op verschillende plaatsen van „Het Kapitaal" in bijna dezelfde woorden gehuldigd wordt —, „veranderen zich de productiemiddelen dadelijk in middelen tot opslurping van vreemden arbeid", zoodat „het niet meer de arbeider is, die de productiemiddelen gebruikt, maar het de productiemiddelen zijn, die den arbeider gebruiken.

„Instede van door hem als stoffelijke bestanddeelen zijner voortbrengende werkzaamheid verbruikt te worden, verbruiken zij hem in de gisting van hun eigen levensproces, en het levensproces van het kapitaal bestaat slechts in zijn beweging als zichzelf vermeerderende waarde". *)

Het maatschappelijk karakter van den arbeid, zooals dit culmineert in Marx' voorstelling, dat de gelijkstelling van verschillenden arbeid slechts kan verkregen wor,den door het abstraheeren van hare werkelijke ongelijkheid, — Springpunkt, um den sich das Verstandniss der politischen Oekonomie dreht —, verandert de arbeidsproducten in waren, zmnelük-bovenzmnelljke of maatschappelijke dingen, wier zelfbeweging de eenige, ware realiteit is: daarom „heeft het eigen maatschappelijk handelen der ruilende personen voor hen den vorm van een beweging van voorwerpen, onder welker toezicht zü staan in plaats van op deze toe te zien", en daarom zün „de persoonlijke verhoudingen van Robinson's lichte eiland en van de duistere Europeesche Middeleeuwen in de

') Vgl. Het Kapitaal, I, Meerwaardevoet en grootte der meerwaarde.

Een bewijs voor de stelling, dat Marx' analyse van het waardebegrip wel degelijk de analyse tevens is der kapitalistische maatschappij zelve, blijkt uit dezen zin, waar hij schrijft, dat, „zoo al voor de klassieke staathuishoudkunde de proletariër alleen als machine tot productie van meerwaarde gold, haar evenwel ook de kapitalist alleen gold als werktuig tot omzetting van deze meerwaarde in meerkapitaal" (Het Kapitaal, I, Splitsing van de meerwaarde in kapitaal en inkomen. De onthoudingstheorie).

302

Sluiten