Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tot wereldbeschouwing eenerzüds en de natuurwetenschap zelve anderzijds: de natuurwetenschap toch, waar zü op eigen terrein blijft, en de onderstellingen maakt en de methoden volgt, die zü voor de bereiking van haar doel meent noodig te hebben, bepaalt zich strikt tot atoom en atoombeweging, en onthoudt zich van alle waardebeoordeeling volstrekt; zij beperkt zich tot haar eigen gebied, de sfeer van het quantitatieve, en aanvaardt als materiaal van haar onderzoek slechts de quantitatieve zü'de der werkelijkheid. Zü prefereert niet en waardeert niet: zü neemt waar en verklaart. Zü argumenteert langs verstandelijken weg, en het mteUect heeft tot essentieele taak het gelijksoortige te binden aan, te combineeren met het gelijksoortige, „et il n'y a d'entièrement adaptables aux cadres de rhitelligence que les faits qui se repetent."

Welnu, dit meest essentieele kenmerk van elk natuurwetenschappelijk betoog, ook in zün biologische openbaringen, waaraan het materialisme zich den laatsten tijd gaarne oriënteert, en met welk kenmerk zün karakter als natuurwetenschappeüjk betoog staat of valt, kan door de materialistische levensleer niet worden bewaard, aangezien het haar juist te doen is om wat ginds vermeden werd, waardeering der verschijnselen.

De materialistische levensleeren staan hier voor de keuze die, hoe deze keuze ook uitvalle, vernietigend is voor haar eigen systeem: öf zü moeten afzien van haar eigenlijk oogmerk, waardebeoordeeling, wanneer zü het karakter der zuiver verklarende natuurwetenschap aanvaarden en behouden, öf rij moeten ontrouw worden aan het beginsel der wetenschap, die zü tot leidsvrouw hebben gekozen, wanneer zü een betrekking hebben op waarden binnen het kader van hun wereldbeschouwing brengen, en daarmede bovendien tevens blijk geven de functie van het verstand te hebben overschat, welke Bergson zoo scherp omschrijft, wanneer

een anderen vorm: op de opmerking van Bonger, „dat men zich met eenige goedkoope ethische absolutismen van dergelijke problemen niet afmaken kan, zooals vele philosophen, die in geheel andere omstandigheden leven, echter herhaaldelijk hebben gedaan," zou ik willen vragen of het gerechtvaardigd is, dat men de voorbereidende werkzaamheden, waarvan die geboorte slechts een sequeel is, onderneemt, wanneer men vooruit weet, dat kindermoord moet volgen?

Men leze hierbij Heinrich Cunow, t.a.p., II, blz. 289: „Der Kindermord als sittliche Tat."

311

Sluiten